Woordenlijst

Woordenlijst fotografie


18% grijskaart
Zie grijskaart

8 bits (256 helderheidsniveau's)
8 bits = 1 byte, de eenheid van informatie in de huidige computers. Met 8 bits bekomt men 256 niveauwaarden (2^8). Bij zwart-wit foto's opgeslagen in JPEG heeft men 256 helderheidsniveau's. Bij kleurbeelden gebruikt men 3 kanalen, en dus 3×8 bits = 24 bits.

16 bits (65536 helderheidsniveau's)
Computerprogramma's kunnen de foto's bewerken in 16 bits per kanaal. Men heeft daardoor 65536 helderheidsniveau's tot zijn beschikking (2^16) in plaats van 256. Daardoor gaat er minder informatie verloren en kan men het onstaan van banding vermijden bij veelvuldige complexe bewerkingen. Ook de betere fototoestellen werken inwendig met meer dan 8 bits per kanaal. Om meer dan 8 bits per kanaal te kunnen opslaan moet met specifieke formaten gebruiken: high end fototoestellen gebruiken varianten op het RAW formaat.

In plaats van 16 bits per kanaal, kan men ook 16 bits gebruiken per pixel (dus 5 bits per kleur = 32 niveaus en 1 bit als alfakanaal). Er is werkgeheugen nodig voor de opslag van het beeld. Bij computers begin 1990 was de hoeveelheid videogeheugen beperkt tot bijvoorbeeld 1MB. Met een videogeheugen van 1MB was men beperkt tot 2 bytes per pixel als men een resolutie van 600 × 800 gebruikte. Videokaarten die in deze modus werkten werden "high color" genoemd.

24 bits (3 kanalen van 8 bits)
Kleurbeelden in jpeg bestaan uit uit drie kleurkanalen, met 256 kleurniveau's voor de drie primaire kleuren rood, groen en blauw. Met die 256 niveaus en 3 kanalen bekomt men meer dan 16 miljoen kleuren. Voor gewone toepassingen is dit genoeg. Het JPEG formaat werkt met 24 bits. Vroeger gebruikte men de benaming "true color" bij computersystemen die 16 miljoen kleuren konden weergeven (om het verschil te maken met "high color" systemen die minder kleuren konden weergeven).

256 kleuren (palette)
Het GIF formaat gebruikt een palette van maximaal 256 elementen. Ieder element van de palette wordt gedefinieerd door 3×256 niveau's (dus even nauwkeurig als bij jpeg), maar het aantal elementen waaruit gekozen kan worden is beperkt. Bij het maken van logo's (bijvoorbeeld klevers voor op de bedrijfswagens of een briefhoofd) zijn palettekleuren ideaal want bij het drukken is men meestal beperkt in het aantal kleuren.

Wegens het beperkt geheugen konden de eerste personal computers slechts een heel beperkte palette weergeven (eerst 16 kleuren zoals bij het VGA systeem, later 256 kleuren, enz). Een kenmerk van een palette-beeld is dat de palettekleuren automatisch aangepast worden (de palettekleuren zijn de meest voorkomende kleuren in het beeld). Indien op een positie een andere kleur nodig is, dan kiest het systeem ofwel de palettekleur die het dichtst bij de gevraagde kleur ligt, of gebruikt dithering (het naast elkaar plaatsen van een reeks palettekleuren om de juiste kleur te bekomen. Het effekt van dithering is meestal verschrikkelijk, zeker op de eerste computerschermen die maar een beperkte resolutie hadden.

135 - 126 - 110
Dit zijn nummers van de •» amateur filmformaten en •» midden formaten. De belangrijkste zijn:
BenamingFormaat origineelPeriodeHouderExtra
135 kleinbeeld24 × 36 mm (kleinbeeld)
18 × 24 mm (halfbeeld)
°1934-∨gesloten spoelMeest gebruikt formaat
126 instamatic28 × 28 mm1963-1999cassettehet enig amateurformaat dat vierkantig is
110 pocket instamatic13 × 17 mm°1972-†cassette
disc8 × 11 mm1982-1998speciale houder
240 APS16.7 × 30.2 (breedbeeld)
6.7 × 25,1 (classic)
°1996-†gesloten spoelongeveer hetzelfde formaat als 135 met een extra magnetische strook.
120, 620 en 220verschillende negatiefafmetingen naargelang fototoestel°1901-∨open spoelenig medium-formaat dat nu nog bestaat.
Zelfde filmafmeting, maar 620 met dunnere spoel en 220 met dubbel zo lange film (en geen backing paper)
†: op sterven na dood, moeilijk te verkrijgen en te laten ontwikkelen.
∨: nog vlot verkrijgbaar in de betere zaken.