Woordenlijst

Woordenlijst fotografie


Accu
Zie Batterij.

Achtergrondbelichting (background)
De funktie van deze lichtbron is uitsluitend het vermijden van schaduwen (van de hoofdflitser) bij een •» academische lichtopstelling. Vaak wordt deze lichtbron achterwege gelaten als er voldoende ruimte is achter het onderwerp om schaduwen te vermijden, maar het kan nog gebruikt worden voor speciale effekten, bijvoorbeeld om een halo te creëren achter het onderwerp. De andere lichtbronnen van een academische lichtopstelling zijn: hoofdlicht (key), vullicht of opheldering (fill), haarlicht en achtergrondbelichting (background)

Actieve autofocus
Zie focus, actieve autofocus

Acutance
Beeldscherpte van een afbeelding (in het bijzonder lokaal contrast). Betere lenzen produceren een hoger contrast (scherpere overgangen tussen donkere en heldere beeldelementen).

Het is mogelijk het lokaal contrast van een afbeelding te verhogen: vroeger werd daarvoor het procédé •» "onscherp masker" gebruikt, tergenwoordig bestaat er een gelijkaardige handeling in Photoshop. Het procédé "onscherp masker" in Photoshop lijkt een scherper beeld te geven door de overgangen duidelijker af te tekenen, maar dit gaat ten kosten van de resolutie (de overgangen worden mathematisch gedifferenciëerd) en de accuraatheid (op de overgang worden kunstmatige niveaus gecrëerd). Deze handeling past men dus met mate toe, en liefst enkel op het helderheidskanaal om kleurruis te vermijden.

Additief kleurenmodel
Bij dit model wordt het beeld helderder als er meer kleuren bijgevoegd worden. Bij een beeldbuis geldt hetzelfde procede: hoe meer kleurkanonnen opgengestuurd worden, hoe helderder het beeld. Vergelijk daarbij het subtractief kleurenmodel. •» Sensoren van fototoestellen gebruiken meestal het additief kleurenmodel. Een kleurenmodel dat onafhankelijk staat is het LAB kleurenmodel.

AE lock - AF lock (auto exposure lock, auto focus lock)
Als je de sluiter half-ingedrukt houdt worden de camera-instellingen bevroren. In de meeste gevallen zal je scherpstellen op de ogen (sluiter half indrukken), en dan het beeld hercadreren, en de foto pas nemen als de compositie OK is. Beide instellingen zijn soms aan elkaar gekoppeld, maar bij reflextoestellen is het mogelijk beide onafhankelijk van elkaar in te stellen. Normaal gebeurt de AF lock bij het half-indrukken van de ontspanderknop, terwijl de belichting bepaald wordt juist voor het nemen van de foto. Bij reflextoestellen is het mogelijk een onafhankelijke lichtmeting te doen (AEL) die bewaard blijft bij één of meerdere foto's. Bij sportevenementen moet je de lock-funktie uitschakelen (single AF) zodat het toestel blijft bijstellen zolang de ontspanderknop half-ingedrukt is. (Tracking servo bij Canon).

AF assist lamp
Ingebouwde lichtbron die ingeschakeld wordt bij weinig licht om het scherpstellen te vergemakkelijken. Vaak is dit een infra-rode led straler (omdat het effekt niet storend is) of wordt de ingebouwde flitser gepulserd gebruikt. Externe flitsers hebben vaak een zwaardere AF assist lamp die tot meer dan 10 meter reikt.

Afbeelding
Een afbeelding is een wiskundige funktie die ieder element uit een verzameling aan ten hoogste een element uit een tweede verzameling koppelt. In mensentaal is een afbeelding een gedeeltelijke weergave van een beeld.

Een optiek koppelt een beeld aan ten hoogste een plaats op de sensor. De optiek probeert de wiskundige funktie (de 'transfer funktie') zo goed mogelijk te benaderen. Sommige elementen die "buiten beeld" zitten komen niet op de sensor terecht.

Afkortingen op de lens
De afkortingen op de lens omvatten altijd een brandpuntafstand (één of twee getallen, gescheiden door een streepje) en een lichtgevoeligheid (ƒ/ gevolgd door één of twee getallen). Nadien kunnen er specifieke merk-gebonden kodes bijkomen. Bijvoorbeeld
•» Canon: EF 28-135 ƒ/3.5-5.6 IS USM of EF 24-105 ƒ/4 IS L USM en
•» Sigma: 50 ƒ/1.4 EX DG HSM

Afocale zoom
De afocale zoom bestaat uit drie lenzen (zie •» zoom). Bij het wijzigen van de zoom verandert de focus niet (vandaar de naam afocaal). Vaak wordt ook de naam parfocale zoom gebruikt. Met een dergelijke zoom kan je de zoompositie veranderen zonder dat je de scherpstelling moet bijregelen. Lenzen met een (manuele) instelring zijn dan ook altijd uitgerust met een afocaal systeem. Een eenvoudig systeem is het varifocaal systeem.

Airy disc
Bij kleine lensopeningen speelt de diffractie een rol en is het beeld minder scherp dan bij gemiddelde openingen. Dit effekt is zichtbaar bij openingen van bijvoorbeeld ƒ/22. Een puntbron produceert een diffraktiepatroon veroorzaakt door het golf-karakter van het licht. Het zichtbare diffraktiepatroon noemt men de schijf van Airy. Zie ook •» diffractie.

Aliasing
Fout die ontstaat door de regelmatige vorm van de pixels die interfereren met het onderwerp. Schuine lijnen (bijvoorbeeld treden van een trap) zien er rafelig uit als het beeld uitvergroot wordt (men zou het kunnen vergelijken met een digitalisatiefout bij een geluidsopname, waarbij het geluid ook rafelig genoemd wordt). Een andere naam voor dit fenomeen is "jaggies". Men kan het fenomeen verminderen door een anti-aliasing filter (of blurfilter) te gebruiken. Deze blurfilter maakt het beeld minder scherp waardoor het fenomeen minder zichtbaar wordt. Omdat een dergelijk optische filter het beeld algemeen onscherp maakt, hebben sommige fototoestellen een digitale blurfilter die enkel in werking treed als er interferenties in het beeld zichtbaar zijn.

Alpha channel
Speciale laag van een afbeelding, die aangeeft of de afbeelding op die plaats doorzichtig is of niet. Als de afbeelding doorzichtig is, dan is de achtergrond waarop de afbeelding geplaatst wordt zichtbaar. De hoeveelheid transparantie is instelbaar in 256 stappen (evenveel stappen als een helderheidslaag). Deze laag is even groot als de afbeelding. Een normale foto heeft geen alpha channel. Enkel een fotobewerkingsprogramma kan een dergelijke laag bijvoegen. Het PNG formaat ondersteunt alpha channels, maar ook GIF afbeeldingen hebben een beperkte ondersteuning van transparantie (één van de kleurniveaus van het GIF formaat kan transparant gemaakt worden).

Anamorf
Opslag van een breedbeeld (bijvoorbeeld een film opgenomen in CinemaScope of Panavision) op een gewone 35mm filmstrook (beeldverouding van 1.33:1 bij 4-perf pulldown). Bij de standaard 4-perf pulldown wordt de film 4 perforaties verschoven tussen iedere beeld. Het beeld wordt horizontaal gecomprimeerd bij de belichting en uitgerekt bij de filmprojectie. De compressie is 2× in horizontale richting.

Men kan ook breedbeeld bekomen door gewone (niet-anamorfe) opnames te maken. De beelden zijn dan langwerpig, en omdat een deel van de film niet belicht wordt kan men de filmsnelheid verlagen (3-perf pulldown gebruikt een beeldverhouding van 1.78:1 en 2-perf pulldown 2.39:1). 2-perf pulldown komt overeen met echt breedbeeld. In het algemeen wordt er echter vaker gewerkt met speciale lenzen omdat de filmcamera's en projectietoestellen standaard werken met 4-perf pulldown. De beeldkwaliteit is ook beter omdat er meer film gebruikt wordt.

Anastigmat
Vroegere benaming van een kwaliteitslens: een lens dat geen •» astigmatisme (coma-vervorming en dergelijke) vertoonde.

APN Appareil Photo Numérique
Je zal deze afkorting vaak aantreffen in franstalige tijdschriften en in blogs. Vertaling: digitaal fototoestel.

Apochromatisch
Doublet-lens (twee lenzen aan elkaar geplakt) die de kleurfouten zo sterk verminderen dat ze niet meer zichtbaar zijn in de praktijk. Met achromatische lenzen gebeurt de correctie op twee frekwenties, met apochromatische lenzen op drie. Meer info: •» apochromatische lenzen.

APS
Filmformaat (Advanced Photo System) dat gelanceerd werd in 1996. Het werd snel verdrongen door de digitale fototoestellen. Meer informatie over de verschillende •» filmformaten.

Het APS-formaat gebruikt een kleinere filmoppervlakte (1.43× kleiner dan het kleinbeeldformaat), daarom worden de sensoren van spiegelreflextoestellen ook (en verkeerdelijk) APS-formaat genoemd als ze kleiner zijn dan het "full size" formaat (1.3, 1.5, 1.6 of 2.0× kleiner)

Artefact
Zichtbare fout in een afbeelding, meestal veroorzaakt door een te hoge compressie (JPEG). Men gebruikt daarom de complete benaming compressieartefact. Kleine blokjes zijn zichtbaar in het beeld. Deze fouten kan men vermijden een een lagere compressie te gebruiken (opslaan in JPEG FINE) of geen compressie toe te passen (TIFF of RAW). Ook ruis en banding zijn artefakten: het zijn elementen die niet aanwezig zijn in het origineel beeld.

ASA
ASA (American Standard Association) is de vroegere benaming voor de filmgevoeligheid. Vaak stond er op een film: 80 ASA - 20 DIN. De huidige benaming is ISO (met behoud van de schaal).

Asferisch lenselement
Enkelvoudig lenselement dat door een speciale kromming de eigenschappen van meerdere individuele lenzen kan combineren en optische fouten verminderen. Door één of meerdere asferische lenselementen te gebruiken kan men het totaal gewicht van de optiek verminderen. Asferische lenzen hebben een kromming die niet bol is. Deze lenzen kunnen dus niet met conventionele methoden geslepen worden en zijn duurder dan klassieke bolle of holle lenzen (dit betreft glazen lenzen die geslepen moeten worden).

Plastieken lenzen die gegoten worden hebben vaak een asferische kromming zodat men kan volstaan met één enkele lens: dit zijn echter geen lenzen van hoge kwaliteit, maar lenzen die in smartphones en dergelijke gebruikt worden.

Bepaalde lenzenfabrikanten maken optieken met hybride-lenzen, met een doublet-lens bestaande uit een een klassieke bolle lens en een asferische lens die aan elkaar gelijmd worden.

Aspect ratio
Zie beeldverhouding

Auteursrecht
Eigendomsrecht van de beeldende kunstenaar op de door hem gemaakte werken. Bij het fotograferen van mensen komt dit recht in botsing met het portretrecht. Een tekst waar deze rechten wordt besproken is te vinden op de pagina over de •» overeenkomst tussen model en fotograaf.

Autochrome
Eén van de eerste procédés voor het bekomen van kleurbeelden. Het gebruikt de klassieke zwart/wit positief ontwikkeling en een kleurenmozaiek. De foto wordt door transparantie bekeken. Door de mozaiek is de resolutie beperkt. Meer info: •» ontwikkeling en kleurfilm.

Autofocus
Zie focus, autofocus

Autographic system
Systeem om notities op het negatief te kunnen opnemen. Het systeem ontstond in 1914 en bestond uit een fototoestel met aangepaste rug (met een klepje). Om notities te nemen deed men het klepje open en bekraste men de achterkant van de film met een speciale pen. De achterkant van de film bestond uit speciaal carbon papier dat geschrapt kon worden. na het maken van de notitoe werd de achterkant in het licht gehouden. De notities pasten precies tussen twee foto's. Toen de emulsies gevoeliger werden werd dit systeem niet meer toegepast. Een voorbeeld van het •» autographic system is hier te vinden.

AVI
Digitaal formaat voor het opnemen van beeld en geluid (Audio Video Interleaved). Bij dit formaat wordt er geen compressie toegepast en blijft de beeldkwaliteit optimaal. DV-recorders nemen op in AVI-formaat (een DVD cassette wordt digitaal opgenomen, niet analoog zoals een video-8 cassette). Via een firewire-aansluiting kunnen de opnames gemakkelijk op computer opgeslagen worden om later verwerkt te worden. Dit formaat wordt standaard ondersteund door Windows (geen extra drivers nodig).