|
Definities belichting naar een nieuwe pagina verplaatst
(belichtingsmeter, belichtingscompensatie, belichtingslatitude,...)
Back
- Zie digitale rug.
Back focus
- Zie focus offset.
- Background
- Zie achtergrondbelichting, lichtbron die gebruikt wordt om de schaduw te vermijden bij een academische lichtopstelling.
Bajonet
- De bajonetvatting wordt gebruikt om een lens snel op een body te monteren bij reflex fototoestellen en andere types uitgerust met verwisselbare lenzen. De electrische contacten (en indien van toepassing de mechanische overbrenging van focusmotor en opening) worden overgebracht van body op lenseenheid. Dit systeem is het snelste en gemakkelijkste en wordt daarom het meest toegepast. Vroeger gebruikte men schroefvattingen.
Barietpapier
- Fijn papier bestreken met bariumsulfaat om het papier witter te maken (contrastrijker). De poriën van het papier worden eveneens opgevuld waardoor fijnere details mogelijk zijn. Barietpapier werd vroeger gebruikt voor proefdrukken (afdruk van een zetsel om die later te kunnen dupliceren door middel van offset).
Naderhand werd bariumsulfaat ook als basis gebruikt bij fotopapier, waarbij de eigenschap dat het waterafstotend is goed van toepassing komt. De fotografische emulsie dringt niet in het bariumsulfaat, waardoor gelijkmatige en scherpe afdrukken mogelijk zijn.
Tegenwoordig wordt het voornamelijk gebruikt als referentie: "deze printout is toch niet te vergelijken met een afdruk op barietpapier, in mijn tijd, bla-bla-bla..."
Batterij
- Digitale fototoestellen gebruiken meestal lithium-ion batterijen. Deze hebben een hoge capaciteit in een klein volume. Lithium is echter een zeer aktief materiaal waardoor de batterijen maar een beperkte tijd meegaan, ongeacht of de batterijen vaak gebruikt worden of niet. Een lithium-batterij gaat maximaal 6 jaar mee, en dan moet je die vervangen. De tijd begint te lopen vanaf de fabricagedatum. Hoge temperaturen kunnen de bewaartijd verkorten. Een batterij dat bewaard en gebruikt wordt op 30°C gaat maar half zo lang mee als een batterij dat op 18° gebruikt wordt.
Sommige fototoestellen en de meeste accessoires zoals flitsers gebruiken NiMH-batterijen. Deze batterijen zijn compatibel met gewone, niet-oplaadbare batterijen. Deze batterijen hebben een lagere energiedichtheid maar kunnen extreem hoge stromen verwerken. Meer informatie over de •» batterijen.
Banding
- Het onstaan van zichtbare helderheidsniveaus in plaats van een geleidelijke overgang, bijvoorbeeld omdat de foto te donker was en alle informatie beperkt was tot de laagste bits. Banding kan men verminderen door in RAW-modus te fotograferen. Dit formaat gebruikt meer bits dan de 8 bits per kanaal van JPEG. Een voorbeeld van •» banding is te zien op deze pagina. Solarisatie is sterk verwant met banding: banding is het zichtbare effekt van de handeling.
Banding kan ook ontstaan als een foto in het GIF-formaat opgeslagen wordt. Dit formaat werkt met een palette met maximaal 256 verschillende kleuren.
Bayer mosaiek
- De fotocellen in een sensor zijn niet kleurgevoelig, ze zien de wereld in grijskleuren. Om ze kleuren te laten zien, wordt voor iedere fotocel een kleurfilter geplaatst, waarvan de kleuren alterneren: rood, groen en blauw bij de Bayer mozaiek. De kleurfilter (color filter array) kan bestaan andere kleurconfiguraties. Om de helderheid terug te winnen uit deze kleurinformatie wordt er vaak met rechthoekige blokken gewerkt rood-groen en groen-blauw. Een helderheidsblok bevat 2 groen-gevoelige sensoren omdat de meeste informatie in het groene kanaal zit. Meer informatie over de verschillende •» Bayer configuraties (met voorbeelden) kan u hier vinden.
Beeldformaat
- Digitale opslag van een afbeelding in een bepaald formaat. Het JPEG is het meest bekende, maar ook GIF wordt vaak gebruikt (logo's en tekeningen die scherpe overgangen en een beperkt aantal kleuren hebben. TIFF is een formaat dat geen kwaliteitsverlies veroorzaakt.
Beeldverhouding (aspect ratio)
- Verhouding tussen de breedte en lengte van een foto.
- De traditionele film (24×36) en digitale spiegelreflexen gebruiken het formaat 3/2.
- Compact fototoestellen gebruiken vaker het meer vierkantig 4/3 formaat omdat die meer compatibel met de weergave op een computerscherm: het VGA-formaat (640×480 pixels) en de volgende computerdisplay formaten (800×600, 1024×768, 1600×1200…) gebruiken allemaal het 4/3 formaat.
- Ook het Four Thirds systeem (letterlijk: vier derden) gebruikt het 4/3 formaat hoewel het met verwisselbare lenzen werkt.
- Papier op A-formaat heeft een verhouding dat tussen reflex (3/2 = 1.5) en compact (4/3 = 1.33) ligt, namelijk 1.41 (√ 2)
- Beeldverwelving
- Zie: veldkromming
- Beeldstabilisator
- Zie: stabilisator
Bewegingsonscherpte
- Is een fenomeen waarbij het onderwerp onscherp is ten gevolge van zijn beweging (of door de beweging van de camera). Bij sportfotografie is (naargelang het soort sport) een sluitertijd van meer dan 1/500 noodzakelijk. Bewegingsonscherpte van de camera kan men vermijden door een statief te gebruiken, of indien dit niet mogelijk is door een sluitertijd te gebruiken dat korter is dan de brandpuntsafstand uitgedrukt in kleinbeeld-equivalent. Dus een foto met een lens van 35 mm: sluitertijd 1/50 of korter. Camera-bewegingsonscherpte kan men beperken met een beeldstabilisator.
Bijsnijden
- Andere benaming voor croppen.
Binning (pixel )
- Op sensorniveau samenvoegen van een aantal pixels tot grotere cellen om de gevoeligheid en ruisafstand te verbeteren. Men kan cellen op verschillende manieren combineren: 2×2, 3×3, 4×4, enz. Een nadeel is de verminderde beeldresolutie. Bij een 3×3 pixel binning heeft een 6 megapixel sensor slechts 0.67 megapixel, echter met een gevoeligheid van 3200ISO in plaats van 400ISO. Pixel binning is een slimme vorm van downsampling.
|