Woordenlijst

Woordenlijst fotografie


Coating
Speciale laag die op de lenzen aangebracht wordt om reflekties tegen te gaan. Niet-gecoat glas reflekteert ongeveer 5% van het licht (bij elke overgang lucht-glas). Reflekties veroorzaken spookbeelden en flares, maar ook een verlies aan lichtsterkte (omdat moderne optieken uitgerust zijn met talrijke individuele lenzen). De coating is noodzakelijk om een beeld met een hoog contrast te bekomen. Een niet-gecoate lens heeft een goed zichtbare grijsachtige weerspiegeling. Enkelvoudig gecoate lenzen meestal een diep-blauwe weerspiegeling. Meervoudig gecoate lenzen hebben weinig weerspiegeling en zien er donkerder uit (deze lenzen reflekteren slechts 0.2% van het opvallend licht). De volledige bespreking van •» gecoate lenzen kan u hier lezen.

COF, Circle Of Confusion
De verstrooingscirkel is de nederlandse vertaling (ongeveer). Het beeld is maar scherp op één vlak. Dan is een lichtpunt ook een lichtpunt op de film (of de sensor). Lichtpunten die dichterbij of verderaf gelegen zijn zien er uit als een vlek: de blur disc. Lichtpunten buiten het focusvlak zien er dus uit als "vlekken" op de uiteindelijke foto. Hoe minder optimaal de scherpstelling was, hoe groter de vlekken. Nu is de resolutie (oplossend vermogen) van de sensor, van onze ogen (en van de gebruikte computerscherm, fotoprinter,...) beperkt, zodat een onscherp beeld alsnog scherp waargenomen kan worden. De onscherpte van het medium vangt de optische beeldonscherpte op. Het bereik dat scherp waargenomen wordt heet de scherpediepte.

Samengevat, want we gebruiken hier engelstalige woorden die gemakkelijk door elkaar gehaald worden: Het oplossend vermogen bepaalt de circle of confusion (alles wat kleiner is wordt als scherp aangezien). Het beeld van een onderwerp (lichtpunt) heet blur disc. Als de blur disc kleiner is dan de circle of confusion, dan wordt het onderwerp als scherp aangezien.

Color Management System
Een Color Management System (CMS) is een "kleurruimte" waarin alle mogelijke kleuren gedefinieerd worden (ieder kleur is een punt in een multidimensionale ruimte). sRGB wordt het meest gebruikt. Doordat alle apparaten (camera, computer, printer) dezelfde "color space" gebruiken komen de kleuren het meest overeen. Wat je op het scherm ziet zou moeten overeenkomen met wat uitgeprint wordt. Een kleurruimte met meer "ademruimte" (meer mogelijke kleuren) is aRGB, maar standaard-RGB is niet compatibel met Adobe-RGB. Lees verder RGB.

Color Rendering Index (CRI)
Zie Kleurweergave index

Compositie
Samenstelling van een beeld; het is de verhouding van de beeldelementen ten opzichte van elkaar en ten opzichte van het kader.

Concaaf - convex
Holle of bolle lens. In de fotografie worden er hoofdzakelijk een bolle lens gebruikt (concaaf). Deze produceert een reëel beeld dat door de gevoelige plaat of sensor opgenomen kan worden. Holle lenzen kunnen toegepast worden voor de correctie van beeldfouten, als voorste lens in een retrofocus systeem of in een parfocale zoom. Hoe men van de eenvoudige concave lens geëvolueerd is tot de complexe optieken met soms meer dan 20 enkelvoudige lenzen leest u hier: de •» evolutie van de optieken.

Constant aperture
Zoomlens waarbij de maximale opening constant blijft ongeacht de ingestelde brandpuntafstand. De betere zoomlenzen hebben meestal een constante maximale opening: Canon EF 70-200 ƒ/2.8 en EF 70-200 ƒ/4, Canon EF 24-70 ƒ/2.8 en 24-105 ƒ/4, Sigma 50-150 ƒ/2.8. Dit maakt het mogelijk altijd eenzelfde maximale opening te gebruiken gedurende een shoot ongeacht de zoompositie.

Contact sheet, contact print, contactafdruk
Afdruk van een negatief zonder een vergroter te gebruiken. Het negatief wordt tegen het fotopapier gedrukt door middel van een glasplaat (emulsiekant tegen de gevoelige laag van het papier). Vroeger werden de meeste foto's gemaakt door contactafdruk (de middenformaat negatieven hadden afmetingen van 6 op 6 cm). De bekomen foto's werden "contact print" genoemd. Deze afdrukken hebben vaak een heel hoge resolutie, vergelijkbaar met die van het gebruikte negatief. Een contactafdruk gebeurt meestal op zwart-wit fotopapier dat gemakkelijker ontwikkeld wordt.

Bij kleinbeeld (24*36mm) worden alle stroken van de film simultaan gecopieerd op een zogenaamde "contact sheet". Dit wordt gedaan om snel een positieve proefdruk van alle foto's te bekomen. Met de computer is het ook mogelijk kleine afdrukken (miniaturen) te printen, bijvoorbeeld van alle foto's in een folder. De originele benaming "contact sheet" wordt some gebruikt in engelstalige software.

Contrast
Het bereik tussen donkere en heldere delen van het beeld. Een foto met weinig contrast heeft weinig uitgesproken donkere of heldere delen, een foto met een hoog contrast gebruikt nagenoeg alle helderheidsniveaus. Het contrast dat opgenomen kan worden is beperkt door de eigenschappen van de sensor, van het digitaal beeldformaat (bijvoorbeeld JPEG) en van het outputmedium (scherm of printer).

Contrast detectie methode (focus door middel van —)
Automatische scherpstelling door middel van beeldanalyse. Als het live beeld van de sensor het meeste contrast vertoont, dan gaat het systeen ervan uit dat het beeld scherp is. Deze methode wordt gebruikt bij alle compact-fototoestellen. Het voordeel van dit systeem is dat het effectief beeld wordt gebruikt voor de scherpstelling. Men kan de detectievenster beperken tot het centrale deel van het beeld of scherpstellen op het eerste onderwerp dat tegengekomen wordt. Nieuwe toepassingen zoals face recognition zijn mogelijk als de sensor en de bijhorende beeldprocessor snel genoeg kunnen werken. Nadelen heeft dit systeem ook: als het beeld niet scherp is, weet het niet of het onderwerp dichter of verderaf gelegen is. Het systeem is ook afhankelijk van de verwerkingssnelheid van de sensor. Bij weinig licht werk dit systeem minder goed. Het fototoestel kan constant blijven zoeken naar de beste focus (hunten), wat storend is als er gefilmd wordt. Een contrast detectiemethode zal nooit de snelheid halen van de stigmometer of fase detectie methode. Lees verder focus.

Contrastdoortekening
Mate waarin in donkere en heldere delen (schaduwen en hooglichten) nog details zichtbaar zijn. Vaak zijn er wel details opgenomen, maar is het uitvoerapparaat (bijvoorbeeld het computerscherm) niet in staat deze details weer te geven. Door de calibratie van het scherm na te zien en aan te passen kan men de contrastdoortekening verbeteren. Vaak zijn er weinig details te zien in de schaduwen bij afdrukken (uitsmeren van de inkt).

Compressie
Een ongecomprimeerde foto zou gemakkelijk tientallen megabytes groot zijn zou de foto niet gecomprimeerd worden. Compressie kan op 2 manieren:
  • Lossless compression (zoals bij TIFF), waarbij er geen details verloren gaan. Dit systeem comprimeert vlakken met eenzelfde kleur tot één enkele pixel (en gebruikt nog andere slimme trukken). Bij decompressie bekom je precies dezelfde foto als voor de compressie, op de pixel na.
  • JPEG compression Omdat onze ogen niet in staat zijn alle details van een foto te zien kunnen er bepaalde details weggelaten worden. Iedere pixel wordt vergeleken met zijn naburige pixels en enkel het verschil ten opzichte van de gemiddelde wordt opgeslagen. De kleur van iedere pixel is dus niet meer exact bepaald, maar het gemiddelde van een aantal naburige pixels is wel correct. De compressiefaktor kan ingesteld worden, waarbij er bij kleine compressie (grote bestanden) weinig compressieartefakten te zien is.
De compressieverhouding geeft aan hoeveel een afbeelding gecomprimeerd is (ratio ongecomprimeerd : gecomprimeerd). De compressieverhouding die door beeldverwerkingssoftware gehanteerd wordt komt vaak niet overeen met de compressieverhouding (Photoshop gebruikt de benaming beeldkwaliteit).

Cropfaktor
Bij de meeste digitale reflextoestellen is de sensor kleiner dan de opppervlakte van het 24 * 36 mm-filmformaat (AKA 135 formaat) dat als referentie gebruikt wordt. De sensor gebruikt maar een deel (een uitsnede of "crop") van de oppervlakte van het 135-filmformaat. De verhouding wordt aangegeven als •» cropfaktor.

De toegepaste cropfaktor heeft een invloed op het beeld dat je bekomt met een lens van een bepaalde brandpuntsafstand. Het beeld dat opgenomen wordt is een uitsnede van het beeld dat een lens met een welbepaalde brandpuntsafstand zou geven; het resultaat is vergelijkbaar met het effekt van een digitale zoom. De cropfaktor is een effekt van de body het veranderd niets aan de optische eigenschappen van de lens (brandpuntsafstand).

Lenzen die enkel geschikt zijn voor bodies met een cropfaktor (de EF-S reeks van Canon) kunnen meestal niet gebruikt worden op een full size body: mechanisch past de lens niet op de body. Sigma maakt echter lenzen voor cropsensor bodies, maar deze lenzen passen ook op een full body. Het effekt kan u hier zien: een •» extreme vorm van vignetering.

Croppen
Een uitsnede maken van een foto (om storende elementen in beeld weg te snijden of om het hoofdonderwerp beter te laten uitkomen). Opgelet bij het croppen dat de hoogte-breedte verhouding behouden blijt, anders bekom je een extra band bij het afdrukken, ofwel een (ongewenste) uitsnede door de printsoftware.

Crossprocess
Toepassing uit de fotografie waarbij film met de verkeerde produkten ontwikkeld wordt (negatieffilm wordt bijvoorbeeld ontwikkeld met producten voor positiefontwikkeling). Men bekomt afbeelding met onnatuurlijke kleuren en overdreven contrast. Deze handeling kan gesimuleerd worden in fotobewerkingsprogramma's zoals Photoshop.