Woordenlijst

Woordenlijst fotografie


Databack
Speciale rug van bepaalde film fototoestellen die het mogelijk maakt eenvoudige teksten automatisch op te nemen op het negatief (bijvoorbeeld een datum). Deze tekst wordt buiten het beeld opgenomen en is enkel zichtbaar op de filmstrook. Een voorbeeld van een •» bedrukte negatiefstrook is hier te vinden. Dit is een rudimentaire voorloper van de meta-data bij digitale foto's.

Dead pixel (dode pixel)
Pixel dat niet meer oplicht (LCD scherm) of geen signaal aflevert (sensor). Meer informatie via de link.

DCF (Design rule for Camera File system)
Manier van opslaan van afbeeldingen op een geheugenkaart. Het systeem is zo compatibel mogelijk gemaakt zodat alle fabrikanten het systeem kunnen gebruiken. Het medium (geheugenkaart) wordt in een FAT-versie geformateerd. Het bestandssysteem gebruikt een folder genaamd DCIM (Digital Camera IMages). In deze folder worden één of meerdere folders aangemaakt voor de opslag van afbeeldingen. De afbeeldingen-folder hebben een naam 123ABCDE (3 cijfers en 5 letters, bijvoorbeeld 100CANON) en de afbeeldingen zelf een naam ABCD1234 (bijvoorbeeld IMG_0001.jpg).

Het DCF systeem werkt met "objecten", niet enkel met afbeeldingen. Een object heeft dezelfde naam, en de verschillende delen van het object worden door de extensie aangeduid: bij een foto kan bijvoorbeeld een video-fragment, een thumbnail of een stukje tekst horen.

Van het FAT file system wordt enkel het attribuut "Read Only" gebruikt, maar deze heeft weinig betekenis in de praktijk (een formateringsopdracht wist de volledige kaart in één operatie, zonder op de attributen van de individuele files te letten). Bepaalde camera-merken gebruiken het "hidden" attribuut om foto's over te slaan bij een slide show.

Defocus Control (DC)
De scherptediepte strekt zich uit vòòr en achter het onderwerp waarop scherpgesteld wordt. Bij bepaalde Nikon lenzen is het mogelijk het scherpe gebied meer naar voren of naar achteren te trekken. Bij de instelling "REAR" wordt de achtergrond meer onscherp dan met een normale lens, en bij "FRONT" gebeurt het omgekeerde: de achtergrond blijft redelijk scherp. Het vlak waarop scherpgesteld wordt veranderd hierbij niet.

Hoe wordt dit gedaan? Bij deze lenzen is de mate van sferische aberratie regelbaar. Normaal probeert men de sferische aberratie te reduceren, maar hier is deze waarde instelbaar. Bij de instelling "REAR" wordt de achtergrond snel onscherp en vertoont een mooie bokeh, maar het voorplan vertoont een onaangenaam effekt (ringvormige onscherpte, een teken van "bad bokeh" zoals geproduceerd door spiegellenzen). Het omgekeerde effekt treed op als de lens ingesteld staat in "FRONT".

Desaturatie
Vermindering van de kleurintensiteit. Verschillende mogelijkheden: men kan alle kleuren evenredig verminderen, of men kan een beperkt aantal kleuren verminderen. Een voorbeeld is het verminderen van de groene kleur van een grasperk als die andere elementen in het beeld (bloemen) overschaduwd. Een totale desaturatie leidt tot een zwart-wit foto, of in geval van één kleur tot selective color.

Diafragma
In het fototoestel is dit een ring dat groter en kleiner gemaakt wordt en de de hoeveelheid licht dat de lens doorlaat bepaalt. Het diafragma of iris wordt altijd in het convergentiepunt (ergens tussen het lenzenstelsel) gemonteerd. Men gebruikt ook het woord "opening". De diafragma-waarde is een cijfer dat aangeeft hoeveel licht er effektief doorgelaten wordt. Het is een verhouding, en geen absolute waarde (waarom lees je in dit artikel over de •» opening). De diafragma- of ƒ-waarde wordt hier besproken.

De gekozen diafragma-waarde is bepalend voor de scherptediepte. Een grote opening (kleine diafragma-waarde) heeft een beperkte scherptediepte tot gevolg. Bij portretfotografie wordt bewust gewerkt met een grote opening zodat het model zich scherp aftekent tegen een wazige achtergrond.

Dichroïc filter
Kleurfilter dat gebruik maakt van het principe van interferentie (in plaats van absorpsie) om bepaalde kleurbanden tegen te houden. Terwijl een klassieke filter (gebaseerd op kleurstoffen) de ongewenste kleuren absorbeert en daardoor opwarmt, kaatst een dichroïde filter de ongewenste kleuren terug. Een eigenschap van dichroïde filters is dat ze één kleur vertonen door transparantie, en de complementaire kleur bij reflektie. Dichroïde filters kunnen een zeer scherpe overgang hebben, en zelfs als kamfilter werken (bijvoorbeeld groen en rood doorlaten, en blauw en geel terugkaatsen).

De filter bestaat uit een glazen drager waarop een coating aangebracht wordt van een bepaalde dikte (een paar honderden microns). De lichtstralen worden door beide overgangen gereflekteerd en er onstaat een interferentie, waarbij de kleur met een welbepaalde golflengte onderdrukt wordt.

De dichroïde filter kom je vaak tegen, zonder dat je het weet: het wordt gebruikt in sommige halogeenlampen om de infra-rode straling weer te kaatsen (zodat het in de lamp blijft), de kleurenwiel van een DLP bestaat uit dichroïde filters, de splitter van een LCD projector en van een 3-CCD camera gebruiken dergelijke filters,... Gelfilters voor hoog vermogen zijn dichroïde filters omdat ze niet warm worden en hun kleur niet verliezen na verloop van tijd (geen kleurstoffen die als filter werken). Ook de 3D-bril bij bepaalde televisietoestellen is een dergelijke filter.

In de fotografie (en meer specifiek in de video) zijn de •» 3-ccd videocamera's uitgerust met dichroïde filters die het licht splitsen in plaats van de filteren. 3-ccd videocamera's zijn daarom meer lichtgevoelig dan videocamera's met enkelvoudige sensoren.

Diffractie
Optisch fenomeen waarbij het beeld minder scherp wordt bij zeer kleine diafragma-openingen. Bij een klassieke spiegelreflex wordt het effekt duidelijk merkbaar bij ƒ/22 Iedere lens heeft zijn eigen sweet spot waarbij de beelden het scherpst zijn, meestal is dat een waarde tussen ƒ/5.6 en ƒ/8 bij reflex fototoestellen. Men zegt dat goede lenzen “diffraction limited” zijn: de beeldkwaliteit van de lens is zo goed dat die enkel beperkt wordt door de grenzen van de fysica. Meer info over •» diffractie.

Compact toestellen hebben een diafragma dat niet verder kan gaan dan ƒ/8 (of zelfs minder bij sub compact-toestellen). Bij deze toestellen zit men aan de grenzen van de optica (en die liggen vast!) Zou men kleinere waarden gebruiken dan zou het beeld onbruikbaar onscherp worden.

Diffraktie wordt ook in positieve zin gebruikt om het effekt van kleurschifting of dispersie tegen te gaan (DO-lenzen van Canon: “Diffractive Optics”). Enkelvoudige lenzen gebaseerd op het effekt van diffraktie hebben een omgekeerde kleurschifting en werken de kleurshifting van normale lenzen tegen. In vergelijking met een •» a(po)chromatisch doublet zijn de gecombineerde lenzen sterker (hoger vermogen), maar hebben een lager contrast.

Diffuus licht
Licht dat geen hade schaduwen geeft: bijvoorbeeld een flitser met een grote softbox, omgevingslicht als er geen zon is. het tegengestelde van diffuus licht is hard licht.

Dispersie of kleurschifting
Regenboogeffekt dat men bekomt bij prisma's (maar ook bij lenzen) omdat lichtstralen met een verschillende frekwentie (kleur) anders afgebroken worden. Dispersie wordt in de meeste gevallen geneutraliseerd door een tweede lens bestaande uit een ander materiaal te gebruiken (•» a(po)chromatisch doublet).

DIN
DIN (Deutsches Institut für Normung) is de vroegere indicatie voor filmgevoeligheid, ontstaan in 1934. Vaak stond er op een film: 80 ASA - 20 DIN. Een verhoging van 3 op de DIN schaal geeft een film die dubbel zo gevoelig is. Deze schaal is logaritmisch (zoals de decibel). Tegenwoordig wordt de ISO-schaal toegepast.

Dithering
Manier om de indruk te wekken dat een kleurenpalet meer kleuren bevat dan in werkelijkheid het geval is. De ontbrekende kleuren worden gesimuleerd door naburige pixels in afwisselende kleuren. De kleur "orange" kan gesimuleerd worden door afwisselend een gele en een rode kleur te gebruiken. Het GIF formaat dat vroeger vaak gebruikt werd (ook voor de weergave van foto's) heeft een palet van 256 kleuren. Om een kleur weer te geven die niet in de palet aanwezig is gebruikt men dithering (ofwel kiest men de kleur die het best overeenkomt met de paletkleur). Ook bij het printen wordt een vorm van dithering toegepast, omdat er met slechts 3 kleuren gewerkt wordt. Dithering geeft een "korrelig" beeld (bij een afdruk ziet men de korrel niet, omdat de inktdruppels microscopisch klein zijn.