Woordenlijst

Woordenlijst fotografie

Woordelijst flitser: begrippen, accessoires, enz.
Meer informatie over •» flitsers is hier te vinden.


Externe flitser
De ingebouwde flitser van het fototoestel is vaak te zwak (reikt niet ver), veel te klein (maakt scherpe en lelijke schaduwen) en te dicht geplaatst bij de lens. Met een externe flitser kan je het niveau van je foto's verder optillen. De meeste externe flitsers (opzetflitsers) worden op een speciale aansluiting gemonteerd (hot shoe). De besturing van de externe flitser gebeurt via de contacten. Er bestaan verschillende externe flitsers:
  • Eenvoudige flitsers: deze hebben één enkel vermogen (soms heb je meerdere vermogensinstellingen). Het opladen van de flitser duurt redelijk lang. De belichting moet ingesteld worden door de opening bij te regelen. Het instellen van de sluitertijd heeft weinig zin omdat de korte flitsduur de belichtingstijd bepaald. Met een langere sluitertijd kan er meer omgevingslicht opgenomen worden, met kans op bewogen beelden.
  • Automatische flitsers: deze regelen automatisch het flitsvermogen aan de hand van het gereflekteerd licht. Er wordt een bepaalde opening ingesteld op het fototoestel en deze waarde wordt overgenomen op de flitser, en de flitser zal het vermogen beperken zodat de foto correct belicht is. Bepaalde flitsautomaten leveren heel goede resultaten (bij fotoreportages worden vaak professionele flitskoppen gebruikt). Automatische flitsers werken op alle fototoestellen, voor zover het fototoestel over een standaard hotshoe beschikt.
  • TTL-flitsers: er is een complexe communicatie tussen fototoestel en flitser. Vaak wordt er eerst een meetflits uitgestuurd om het flitsvermogen in te stellen (e-TTL). TTL flitsers zijn meestal merkgebonden, maar bepaalde merken zoals Metz leveren flitsers die compatibel zijn voor een bepaald merk.
Er bestaan ook extrene flitsers die los van het fototoestel gebruikt worden (toortsflitsers). Ze worden aangestuurd met een PC-aansluiting of via de contacten op de hotshoe. Deze flitsers zijn veel krachtiger dan de opzetflitsers en laten meer creatieve mogelijkheden toe.

Flitsbereik
Reikweidte van de flitser. Deze afstand hangt af van het vermogen (richtgetal) van de flitser, de lensgevoeligheid (ƒ-waarde), de ingestelde sensorgevoeligheid (iso>ISO) en het aanwezig licht. Het is dus onmogelijk een flitsbereik aan te geven. Compact fototoestellen met de ingebouwde flitser hebben een bereik van maximaal 4 meter (met opgevoerde gevoeligheid). Om het bereik te verdubbelen heb je een 4× sterkere flitser nodig.

Flitser
De meeste fototoestellen zijn met een flitser uitgerust. De ingebouwde flitser is meestal niet toereikend om een groep mensen correct te belichten, maar als je het maximum uit de minimale flitser wilt bekomen moet je weten dat de flitser op verschillende manieren gebruikt kan worden.
  • Normaal de flitser flitst zodanig dat het beeld bij normale instellingen (voldoende snelle sluitertijd om geen bewogen beelden te bekomen, gemiddelde gevoeligheid) correct belicht kan worden. Als er weinig licht is veroorzaakt dit akelige beelden: het onderwerp dat overmatig licht krijgt en de achtergrond dat totaal in het duister zit.
  • slow shutter, slow sync er wordt een tragere sluitertijd gebruikt zodat er ook omgevingslicht de sensor kan bereiken. Het gevolg is dat het beeld er meer natuurlijk uitziet, maar dat je ook bewegingsonscherpte kan hebben.
  • anti rode ogen Voor de echte foto wordt het onderwerp gedurende een seconde belicht door een voorflits (vroeger) of door een sterke LED (tegenwoordig). De bedoeling is dat de pupillen (het diafragma bij de mens) zich zouden sluiten zodat je geen rode ogen zou hebben. De voorbelichting mag niet te lang duren (anders sluit het model zijn ogen), maar mag ook niet te kort zijn, anders hebben de pupillen geen tijd gehad om zich te sluiten.

Flitsmeter, flitscomputer, flashmeter
Apparaat voor het bepalen van de correcte belichting bij het gebruik van studio-flitsers. Dergelijke flitsers hebben geen automatische vermogensregeling en het fototoestel zelf kan niet snel genoeg reageren op het flitslicht. Men moet dus het fototoestel vooraf manueel instellen. De flitsmeter meet hoeveel licht er op het onderwerp valt, en aan de hand van de gevoeligheid van het fototoestel geeft de flitsmeter de te gebruiken lensopening. Meer informatie over het instellen van de •» belichting bij studioflitsers kan u hier vinden. Een flitsmeter is meestal gecombineerd met een klassieke lichtmeter.

Flitsschoen
Zie hotshoe, gestandardiseerde houder waarop een externe flitser gemonteerd kan worden.

Flitssynchronisatie, flitssnelheid
Dit begrip is enkel van toepassing op spiegelreflex fototoestellen met mechanische sluiter. De sluitersnelheid moet lager zijn dan de bewegingssnelheid van de gordijnen. Bij medium formaat fototoestellen is dat 1/60 seconde. Kleinbeeld reflextoestellen kunnen werken met een sluitersnelheid van 1/125 of 1/250. De maximale sluitersnelheid dat gebruikt kan worden bij het flitsen heet de flitssynchronisatiesnelheid.

Bij aangepaste flitsers (zogenaamde focal plane flitsers) vervalt de maximale synchronisatiesnelheid omdat de flitser gedurende de volledige sluitertijd aktief blijft. Reflex fototoestellen die een electronische sluiter gebruiken hebben eveneens geen maximale synchronisatiesnelheid.

Indirect flitsen
De flitser wordt niet naar het onderwerp gericht maar wordt door een muur of plafond weerkaatst. De engelse benaming is bounce flash.

Het voordeel van indirect flitsen is dat het onderwerp meer evenwichtiger belicht kan worden (softbox effekt). Weerkaatsingen van het flitslicht op een vette of vochtige huid treed minder op. Bij flitsen via het plafond kan bij modelfotografie een deel van het gezicht in de schaduw zitten (ogen): de beste flitsers zijn uitgerust met een catch light dat een deel van het licht direct naar het onderwerp stuurt, of zelfs met een extra flitser (Metz).

Invulflits
De flitser wordt gebruikt om de donkere delen van het onderwerp extra te belichten ("opheldering") bij tegenlicht of als het onderwerp (gedeeltelijk of volledig) in de schaduw staat. Ook gebruikt bij weinig licht om het onderwerp voldoende te belichten, maar waarbij de achtergrond toch zichtbaar is.

Open flash
Fotografiemethode waarbij de sluiter open gehouden wordt, en er wordt manueel één of meerdere keren geflitst (het fototoestel staat stevig op een statief). Werd vroeger gebruikt om grote donkere ruimtes te belichten met slechts één flitser. In de begintijd van de fotografie, toen men nog met magnesiumpoeder werkte bij binnenhuisfotografie, werd de kap van de lens gehaald, het magnesium ontstoken (de mensen moesten een paar seconden stil blijven) en werd opnieuw de kap op de lens geplaatst. De kuisvrouw had dan nog dagen werk om de fijne poederresten te verwijderen. Een andere benaming is "free flash" aangezien de flitser niet gesynchroniseerd is met het fototoestel.

Opzetflitser
Een opzetflitser is een type externe flitser die op de hotshoe gemonteerd wordt. Minstens de ontsteekpuls wordt doorgegeven, maar flitsers die merk-gebonden zijn communiceren met de body: instelling van het flitsvermogen, zoompositie, high speed modus, enz.

Richtgetal (Guide number)
Het richtgetal geeft aan hoe sterk de flitser is. Een normale (externe) flitser heeft een waarde tussen 20 en 40, de ingebouwde flitser een waarde van 10 à 15. Het richtgetal heb je nodig om het diafragma in te stellen indien je een manuele flitser gebruikt. Meer uitleg over het •» richtgetal is hier te vinden. Het richtgetal is kwadratisch: een flitser met een richtgetal van 30 is viermaal zo sterk als een flitser met richtgetal 15. Opgelet: het europese richtgetal komt niet overeen met het angelsaksische richtgetal (wij rekenen in meters, niet in inches).

Het vermogen van studioflitsers wordt meestal aangegeven in Ws (watt seconde) = Joule omdat het effekt van de flitser te afhankelijk is van de gebruikte lichtkappen (honinggraatfilter, richtplaten, diffusor,...). De energie die de flitser uitstraalt wordt bijna uitsluitend bepaald door de energie die in de flitscondensator opgeslagen wordt, en die is gemakkelijk te berekenen met volgende formule: E = 1/2 CV2 (capaciteit maal spanning in ket kwadraat). Een kleine externe flitser heeft een vermogen van 20J.

Ringflits
Ringvormige flitser dat rond de lens gemonteerd wordt en voor macrofotografie gebruikt wordt. Er bestaan zowel dedicated ringflitsers (merkgebonden, zoals de Canon MR-14EX), of algemene ringflitsers. De merkgebonden flitsers communiceren met de body om de juiste flitssterkte te geven. Dit zijn de eigenschappen van ringflitsers:
  • specifiek bij portretfotografie: zeer vlak, oninteressant beeld, cirkeltje in de ogen
  • geen storende schaduw
Sommige ringflitsers kunnen enkel manueel werken, dat wil zeggen dat je de diafragma moet bijregelen iedere keer dat je het onderwerp een paar centimeter verplaatst. Het onderwerp correct uitlichten is moeilijk met een dergelijke flitser (en nagenoeg onmogelijk bij portretfotografie). Een manuele ringflitser is eigenlijk enkel geschikt voor het fotograferen van dode objecten met de camera op een statief (studiowerk, produktfotografie, macrofotografie).
Als je een ringflitser zou kopen, kies dan voor een merkflitser dat met de body kan communiceren. Bij de Canon MR-14EX kan je het vermogen van beide helften apart instellen en kan je een extra flitser gebruiken voor accentverlichting. Lees meer over •» ringflitsers.

Trigger (afstandsbesturing flitser)
Er bestaan verschillende triggersystemen om externe flitsers op afstand te laten afgaan.
  • De eenvoudigste systemen bestaan uit een fotocel die de lichtpuls van de hoofdflits detecteert om de externe (slave) flits te laten afgaan. De hoofdflits kan geen meetflits uitsturen (enkel manuele modus mogelijk) ofwel moet er vooraf een lichtmeting uitgevoerd worden.
  • Basissysteem: het systeem bestaat uit een zender die op de hotshoe van het fototoestel gemonteerd staat en één of meerdere ontvangers. De ontvangers bedienen de externe flitsers. Er is geen verdere controle over de flitser: het vermogen van de flitser kan enkel manueel ingesteld worden (TTL-lichtmeting niet meer mogelijk). De werking komt nog het meest overeen met studio-flitsers waarbij er ook geen communicatie is met het fototoestel. De belichting moet ingesteld worden door de opening te veranderen. Hoge snelheids-flitsen (bij spiegelreflex) is ook niet mogelijk: de sluitertijd kan niet hoger dan 1/125 of 1/250 naargelang het fototoestel. De meest bekende trigger uit deze reeks is de cactus trigger.
  • Compleet systeem: de communicatie tussen flitser en fototoestel worden volledig overgenomen door de trigger. Alle mogelijkheden van de flitser zijn beschikbaar: TTL-lichtmeting, high speed flitsen, zoom-funktie (voor zover dit een nut heeft op een flitser op afstand). De communicatie gebeurt in twee richtingen. De meest bekende trigger uit deze reeks is de PocketWizard
De besturingssignalen kunnen op 2 manieren overgebracht worden:
  • Via infra rood: het systeem van Canon zelf werkt met infra-rood. Canon beschikt over losse transmitters en de sommige flitsers kunnen op afstand gestuurd worden. De duurdere flitsers hebben eveneens een transmitter aan boord en kunnen slave flitsers laten afgaan. Dit systeem werkt enkel als er direct zicht is. Zender en ontvanger moeten elkaar zien (flitsen achter een muur is niet mogelijk), maar ook de infra-rood ogen moeten naar elkaar toe gericht worden. Bij fel licht werkt het systeem niet meer (zonlicht).
  • Via radiogolven: dit systeem wordt het meest toegepast. Het bereik is groter en de flitsers moeten de transmitter niet "zien". De electronica in de flitser kan de ontvanger storen (dit is vooral het geval met een Speedlite 580 flitser). De cactus triggers hebben daar bijzonder veel last van, maar ook de betere PocketWizards zijn niet 100% immuun. De flitser kan in een speciale rubberen hoes geplaatst worden (met aarding via de hotshoe): het gaas van de hoes houdt de storingen binnenskamer.
Meer informatie over de verschillende types •» triggers kan u hier vinden.