|
Gamma-curve
- Weergavecurve van een display. Een beeldbuis heeft geen lineair verloop: zonder correctiemaatregelen zou het beeld te donker zijn, met heldere uitschieters. Het correct uitlijnen van een beeldbuismonitor heet •» calibratie. Op de pagina heb je een eenvoudige test om na te zien of je beeldscherm correct ingesteld staat.
Gamut
- De totale hoeveelheid kleuren en helderheden die weergegeven kunnen worden. Bij het drukken (CYMK-model) kunnen bepaalde kleuren niet weergegeven worden (vooral de kleursaturatie gaat achteruit), maar ook een correct afgestelde monitor is niet in staat alle kleuren van de wereld weer te geven (het RGB model is ook een beperking, zij het een kleinere). Het LAB-model is in staat de meeste kleuren en helderheden weer te geven. Meer informatie: •» Gamut.
Gel (photographic gel)
- Filter die voor een lichtbron geplaatst wordt om de eigenschappen van het licht te veranderen, bijvoorbeeld om het licht van een gloeilamp om te zetten naar daglicht (CTB: licht-blauwe gelfilter). De benaming "gel" wordt specifiek gebruikt voor filters die voor de lichtbron geplaatst worden, als de filters op de lens gemonteerd worden zijn het gewoon kleurfilters. De benaming dateert nog uit de tijd dat de filters uit gekleurde gelatine bestonden. Omdat de modellen de gelatine in hun haar deden is men plastiekfilm gaan gebruiken (polycarbonaat), maar de naam is gebleven. Sommige definities mag u met een snuifje zout nemen.
Bij hoge vermogens zoals theatertoepassingen wordt de gelfilter (die de ongewenste kleuren absorbeert) vervangen door een glazen dichroïc filter (die de ongewenste kleuren reflekteert), waardoor de filter niet opwarmt en langer meegaat.
Gevoeligheid
- De gevoeligheid werd het eerst toegepast bij film. De ISO of ASA waarde (en vroeger ook DIN-waarde) geeft aan hoe lichtgevoelig een film is. ISO: International Organization for Standardization, ASA: American Standard Association (de oudere banaming), DIN: Deutsches Institut für Normung. Een film met een hogere gevoeligheid heeft grotere korrels om meer licht te kunnen opvangen. De “korrel” kan zichtbaar zijn op de uiteindelijke afdruk. Fotografen die een eigen labo hebben kunnen film "doorontwikkelen" (push processing) en aldus de filmgevoeligheid achteraf opvoeren. Een film van 400 ISO die belicht werd als een 800 ISO film kan toch correct ontwikkeld worden zonder dat de beelden onderbelicht zijn.
Vroeger was de standaard-filmgevoeligheid (jaren '70) 80 ASA (20 DIN), de films die tegenwoordig nog te krijgen zijn hebben een filmgevoeligheid van 400 ISO. Om de lichtgevoeligheid te veranderen moet men van film veranderen.
Naar analogie met de film wordt er ook een gevoeligheid gekoppeld aan de sensor. Bij een digitale toestel is de gevoeligheid instelbaar op het fototoestel. Het verhogen van de sensorgevoeligheid gaat gepaard met het slechter worden van de signaal/ruisafstand. De basis-gevoeligheid van een sensor bedraagt 100 ISO. Bij een compact-toestel kan je gaan tot 400 ISO (met een heel storende ruisbijdrage), bij een reflex is een ISO-waarde van 1600 ISO niet ongewoon.
Bij een digitaal fototoestel kan de gevoeligheid zowel automatisch als manueel ingesteld worden. Bij vol-automatische modus zal het fototoestel proberen het beeld zo goed mogelijk te belichten door het diagragma, de sluitertijd en de gevoeligheid te regelen. Daarbij gebruikt het toestel zijn ingebakken intelligentie om bijvoorbeeld een kleine sluitertijd te kiezen als de lens in volledig tele-stand staat (om bewegingsonscherpte te beperken). De kleine sluitertijd wordt dan gecompenseerd door de versterking op te voeren. Het nadeel van deze volautomatische modus is dat het toestel de verkeerde keuze kan maken (kan bijvoorbeeld niet weten dat je een statief gebruikt). Daarom kunnen de betere fototoestellen in program-modus werken, waarbij bepaalde parameters vastgelegd worden en het fototoestel zijn plan moet trekken met de overige parameters.
Op de meeste fototoestellen kan je de ISO-waarden automatisch laten variëren naargelang de omstandigheden, maar dan loop je de kans dat het fototoestel een heel erg hoge ISO-waarde kiest met bijhorende ruis. Een andere mogelijkheid is de ISO-waarde vastzetten, maar dan loop je de kans bepaalde foto's te missen omdat de ISO-waarde te laag was. Bij de beste toestellen kan je de ISO-waarden half-manueel instellen: bijvoorbeeld vrij van 100 tot 400 en niet hoger.
Gezichtsveld, gezichtshoek, openingshoek
- De gezichtshoek van een camera is afhankelijk van de ingestelde brandpuntsafstand van de lens en van de afmetingen van de sensor. Het gezichtsveld is afhankelijk van de gezichtshoek en de afstand tot het onderwerp. Een •» online gezichtsveld calculator kan u hier vinden.
De openingshoek is de "hoeveelheid wereld" dat op de sensor opgevangen wordt. Een fototoestel met een openingshoek van 90° heeft een brede kijk op de wereld en wordt een breedhoeklens genoemd. De openingshoek hangt af van de brandpuntsafstand van de lens en de grootte van de sensor.
GIF
- Grafisch digitaal formaat. Bij het GIF formaat wordt er gewerkt met een palette bestaande uit maximaal 256 elementen. Ieder element wordt bepaald door een kleurtriplet (zoals bij JPEG), maar het totaal aantal elementen is beperkt. GIF is ideaal voor het opslaan van logo's, pictogrammen, grafische navigatiebalken op webpagina's en andere beeldelementen met duidelijke overgangen en een beperkt aantal kleuren. Animated gifs bestaan uit een reeks enkelvoudige gifs in één bestand die achter elkaar worden weergegeven. Goed toegepast heeft gif een aantal voordelen ten opzichte van jpeg:
- De gebruikte compressie-methode is geoptimaliseerd voor vlakken die dezelfde kleur vertonen en zal dan een veel kleiner bestand geven dan dezelfde afbeelding dat met jpeg gecomprimeerd is. Het bestand kan verder beperkt worden door het aantal elementen uit de palette te reduceren
- Het gif-formaat vertoont geen compressie-artefakten (er is geen informatieverlies). Het beeld blijft altijd even scherp
- Men kan een kleur instellen als 'transparant' (doorzichtig), waardoor het lijkt dat de logo boven de achtergrond zweeft.
- Animated gifs zijn eenvoudig te realiseren.
Het gif-formaat is minder geschikt om beelden met verlopende overgangen (foto's) op te slaan. In de begintijd van de computers, toen het GIF formaat overwegend was, werd door dithering de indruk gewekt dat er meer kleuren aanwezig waren.
GIMP GNU Image Manipulation Program
- Gratis alternatief op Photoshop (wordt in Nederland veel gebruikt). Heeft alle functionaliteiten van een volwaardig fotobewerkingsprogramma:
- Verkleinen, croppen, roteren, kleur, helderheid, contrast, enz aanpassen
- Inlezen en wegschrijven in alle voorkomende grafische formaten
- Werken met lagen, maskers, selecties, alfakanalen
- Lokaal verscherpen, donkerder (doordrukken) of helderder (tegenhouden) maken
- Tekst bijvoegen, tekenen met verschillende gereedschappen
- Perspectief aanpassen, lenscorrecties uitvoeren (kussen- of bolvervorming wegwerken)
Go Sees
- Zie Go Sees (modellensite).
Grayscale
- Afbeelding met slechts één helderheidskanaal. Deze afbeelding wordt in grijstinten weergegeven. PNG, JPEG en TIFF ondersteunen grayscale. Dezelfde afbeelding kan in GIF weergegeven worden, waarbij de palettekleuren monochroom zijn.
GretagMacbeth ColorChecker
- Referentiekaart met kleurvlakken die gebruikt wordt voor het controleren van de kleurweergave van digitale fototoestellen. Het werd in 1976 voor het eerst toegepast voor het controleren van de filmontwikkeling. Deze referentiekaart is één van de weinigen die de overgang naar digitaal overleeft heeft. Het wordt tegenwoordig nog gebruikt om automatisch de kleurweergave van een digitaal fototoestel te bepalen. Een voorbeeld kan u hier vinden: •» GretagMacbeth Color Checker.
Grijskaart
- Bij een natuurgetrouwe weergave van een onderwerp wordt eerst een foto genomen van het onderwerp met een grijskaart in beeld. De grijskaart wordt belicht zoals het onderwerp. Dan worden de volgende foto's met precies dezelfde instellingen gedaan (zelfde ISO-waarde, zelfde opening, zelfde sluitertijd, zelfde kleurtemperatuur), maar nu zonder grijskaart.
Bij de verwerking wordt met het pipet een sample genomen van de grijskaart en de foto's worden automatisch gecorrigeerd. Deze correctie moet je slechts éénmaal uitvoeren en dan wordt het automatisch toegepast op alle foto's van de batch. Individuele correctie is niet meer nodig en je bent zeker dat alle foto's het juiste beeld geven, wat belangrijk is bij produktfotografie waarbij het noodzakelijk is dat de kleuren en lichtintensiteiten van het object nauwkeurig opgenomen worden.
Een grijskaart wordt meestal "18% grijskaart" genoemd. De reflectantie (weerkaatsing) bedraagt 18%. Maar met welke RGB-waarden komt een dergelijke kaart overeen? De RGB-waarden zijn een computer-voorstelling van een helderheidswaarde. De meest gebruikte computer-voorstelling is sRGB. De bitwaarden van het grijsvlak moeten ideaal 118 zijn (met een speling van 114 tot 124). Het fototoestel staat ingesteld om een lagere waarde te leveren (in plaats van 128) om oversturing van de heldere beeldelementen te vermijden.
Je kan geen grijsvlak maken in Photoshop en die uitprinten. Om te beginnen heeft het blanco vel een weerkaatsing van ongeveer 90%, maar dit hangt af van het soort licht: belicht met daglicht (dat UV-straling bevat) zal het blad helderder zijn dan belicht met een even sterk licht van een gloeilamp. De meeste papiersoorten hebben namelijk een coating die een deel van de UV-straling omzet in wit licht (om het papier "witter" te doen lijken). Verschillen in reflektie van 50% voor een onbedrukt blad zijn niet ongewoon. Bij het printen loopt het nog meer fout: de bekomen reflektie hangt van het soort papier, hoe de pigmenten met de coating reageren en de zogenaamde "dot gain" (uitvloeien van de inkt). Een echte grijskaart moet je dan ook kopen, je kan die niet zelf printen, behalve indien je een gecalibreerde printer zou gebruiken. Opgelet: de calibratie van je printer is geldig voor één batch papier, één soort inkt en één printerinstelling.
Het instellen van het fototoestel zelf met een grijskaart heet “grijs prikken”. Het fototoestel gebruikt de grijswaarde van de kaart als referentie. Vaak doet het fototoestel niet meer dan de kleurbalans instellen, de instelling van de belichting wordt niet vastgezet.
- Guide number
- Zie richtgetal van de flitser.
GWC Guy with camera
- Zie GWC (modellensite).
|