Woordenlijst

Woordenlijst fotografie


Haarlicht (andere benamingen: separation, kicker, backlight)
Deze lichtbron wordt gebruikt om het onderwerp af te zonderen van de achtergrond, door een lichte silhouet-effekt te creëren. Het kan zowel buiten als in de studio toegepast worden. De •» academische lichtopstelling gebruikt 4 lichtbronnen: hoofdlicht (key), vullicht of opheldering (fill), haarlicht en achtergrondbelichting (background)

Halfbeeld (half frame)
Bij bepaalde fototoestellen die met kleinbeeldfilm werken (het 135-filmformaat) worden dubbel zoveel beelden opgenomen, dus 72 foto's in de plaats van 36 (4-perf. in plaats van 8-perf.). Dit formaat was populair in de jaren 60 voor de komst van nieuwere formaten die met cassettes in plaats van spoelen werkten. De beelden hadden een afmeting van 18 × 24 mm (vergelijkbaar met de beelden op 35mm film) en de opname gebeurde in portrait-mode (rechtopstaand) in plaats van het conventionele landscape (liggend). In vergelijking met een digitaal fototoestel is de "cropfactor" van een dergelijk fototoestel √2 of 1.4

Halftone
Bij het printen (tijdschriften) worden de grijswaarden bekomen door een raster omdat het niet mogelijk is de inkt nauwkeurig te doseren (bij drukpersen is het alles of niets). De helderheid wordt bepaald door de grootte van de stippen. Hoe kleiner het raster, hoe beter de details zichtbaar zijn in het beeld, maar hoe moeilijker het wordt om de inkt nauwkeurig te doseren. Bij het printen ik kleur worden er 4 rasters over elkaar gedrukt (quadrichromie). Meer informatie over •» afdrukken in zwart-wit en kleur is hier te vinden.

Hard licht
Lichtbron dat duidelijke schaduwen werpt: de zon en flitslicht zonder softbox zijn harde lichtbronnen. Vaak is het contrast tussen delen in het licht en in het schaduw te hoog om correct opgenomen te worden. Portretfotografie met hard licht is weinig flatteus voor het model. het tegengestelde van hard licht is diffuus licht.

HDRI High Dynamic Range Image
Beeld met verhoogd dynamisch bereik. Een sensor heeft moeite om zeer contrastrijke beelden op te slaan. Door meerdere foto's na elkaar op te nemen met verschillende belichting (bracketing) en deze met speciale software te combineren bekomt men een beeld waarbij alle details aanwezig zijn in zowel de heldere als de donkere elementen. Als basis gebruikt men de foto belicht op 0EV. De details in de heldere delen van de onderbelichte foto plaatst men in de basisfoto, en men doet hetzelfde met de details in de donkere delen van de overbelichte foto (het systeem is véél complexer dan gewoon de pixelwaarden van de drie foto's bij elkaar optellen en door drie te delen!)

Praktisch:

  • Gebruik een statief voor het maken van de foto's.
  • Zet je fototoestel op manueel (M-stand)
  • Regel de opening op een geschikte waarde naargelang het beoogde doel: doorgaans zal dit een relatief kleine opening zijn (ƒ/8) voor een grote scherptediepte (landschap)
  • Stel de sluitertijd in zodat je een correct belichte foto bekom (0EV).
  • Verhoog gradueel de sluitertijd (onderbelichting) en neem foto's bij -0.5EV, -1EV, -1.5EV, enz. Kijk naar de •» histogram. Van zodra er geen bits meer zijn aan de rechterkant, weet je dat er "niets meer te rapen" valt in de hooglichten. De eerste foto waarbij dit optreed gebruik je als tweede foto in je HDR-reeks.
  • Ga terug naar je basisinstelling en verlaag nu de sluitertijd (overbelichting) en bekijk opnieuw het histogram van iedere foto. Als de curve op nul staat aan de linkerkant (donkere kant), weet je dat er geen informatie meer zit in de schaduwen. De foto waarbij dit optreed gebruik je als derde foto. Vaak is het moeilijker te bepalen wanneer de histogram tegen nul zit aal de linker kant.
Vaak is de kleine histogram-weergave op het display van je fototoestel niet nauwkeurig genoeg. Op de computer thuis kan je beter bepalen welke foto uit de onderbelichte en overbelichte reeks je zal gebruiken.

Sommige fototoestellen kan je instellen om automatisch een bracketing te doen, soms kan je zelfs de EV-waarde instellen (doorgaans +1EV, 0EV, -1EV). Deze automatische methode is vaak niet de beste omdat de belichtingsniveau's a priori zijn gemaakt, zonder rekening te houden met de beeldinhoud. Bij sommige toestellen wordt de opening bijgesteld (in plaats van de sluitertijd) waardoor de foto's een verschillende scherptediepte hebben en niet te combineren zijn.

De betere fototoestellen doen meer dan bracketing, maar nemen ook echt HDRI foto's op (meestal in een aangepast formaat zoals RAW). Hier is ook een statief aangewezen, want de foto's worden snel achter elkaar genomen.

High Key
Afbeelding die voornamelijk bestaat uit heldere delen, bijvoorbeeld een portretfoto met een witte achtergond en waarbij ook het gezicht helder weergegeven wordt (zonder dat het gezicht overstuurd is). De omtrek van het model moet zichtbaar blijven. Zie ook Low key, voorbeeldfoto •» high key.

Highlight of hoge lichten
Heldere delen van een foto (wit of bijna wit). Zie ook midtones en shadows.

Histogram
Weergave in grafiekvorm van het helderheidsverloop van een foto. Met een •» histogram is het mogelijk accuraat te bepalen of een foto over- of onderbelicht is, zonder rekening te moeten houden met de weergavefouten eigen aan de monitor.

Holga
Fototoestel gebouwd in China. Dit toestel gebruikt medium-formaat film (120). Het toestel werd in de jaren '80 gebouwd als "fototoestel voor het volk". De lens is een enkelvoudige plastieken meniscus lens. Het toestel kan gemakkelijk aangepast worden: Holgaroïd (om polaroid film te kunnen gebruiken), vervangen van de lens door een pinhole (Pinholga), gebruik van 135-film (kleinbeeld) in plaats van 120-film, enz. De beeldkwaliteit is nog minder dan die van de Lomo.

Hoofdlicht
Belangrijkste lichtbron (engels: key). Deze lichtbron is grotendeels verantwoordelijk voor het effekt (harde of zachte schaduwen). Bij een shooting buiten is de zon de belangrijkste lichtbron (zeer harde schaduwen). Bij betrokken weer heb je geen hoofdlicht meer, enkel omgevingslicht. Bij studiowerk wordt er vaak met 4 lichtbronnen gewerkt: hoofdlicht (key), vullicht of opheldering (fill), haarlicht of separation en achtergrondbelichting (background). De •» academische lichtopstelling wordt hier besproken.

Hot mirror
Digitale sensoren zijn gevoelig voor infra-rood licht. Voor de sensor wordt daarom een speciale filter geplaatst die de infra-rode stralen grotendeels tegenhoudt. Deze filter is voldoende bij normale beelden, als het infra-rood component niet overmatig is. 's Morgens of 's avonds kan het beeld echter overstuurd worden: de zon ziet er wit uit in plaats van rood uit en de huid (die infra-rood zeer sterk weerkaatst) is veel te bleek. Hoe een •» hot filter in de praktijk uitziet kan u op deze pagina zien.

Hot pixel
Pixel dat altijd oplicht (LCD scherm) of een heldere punt aflevert (sensor). Meer informatie via de link.

Hotshoe
Gestandardiseerde aansluiting (ISO 518:2006) waarop een externe flitser aangesloten kan worden. De spiegelreflextoestellen en de betere compacts beschikken over een dergelijke aansluiting. Het is mogelijk zowel een merkgebonden (dedicated) als een niet-merkgebonden flitser te gebruiken. De hotshoe heeft dezelfde contacten als zijn voorloper de PC aansluiting (Prontor/Compur). Meer informatie over de •» hotshoe kan u hier lezen.

Hyperfocale afstand (hyperbrandpunt)
Als je scherpstelt op oneindig, dan is het beeld reeds scherp op een kortere afstand, de hyperfocale afstand genaamd (bijvoorbeeld 3 meter), ten gevolge van de scherptediepte. Als het fototoestel nu scherpgesteld wordt op deze afstand, dan is het beeld scherp vanaf een kortere afstand (bijvoorbeend 1 meter) tot oneindig. Goedkope fototoestellen (GSM) met fixfocus staan altijd ingesteld op de •» hyperfocale afstand.