|
Macrofotografie
- Fotografie van kleine onderwerpen (ongeveer 1cm). Bij de meeste lenzen kan men macro-opnames maken door het onderwerp zeer dicht bij de lens te plaatsen. Speciale macro-lenzen zijn gemaakt om te kunnen scherpstellen op kleine onderwerpen, waarbij de lens niet overdreven dicht tegen het onderwerp geplaatst moet worden (bijvoorbeeld 15cm). Bij macro-lenzen gebruikt men de term vergrotingsfaktor: hoe groot het beeld van een onderwerp op de sensor geprojecteerd wordt. Een macro-lens met een vergrotingsfaktor van 1× heeft meestal een brandpuntsafstand van 100mm (lenzen voor reflextoestellen). Bij een full size sensor (24 * 36 mm) vult het object (1cm) ongeveer 1/3 van het beeld.
Verdere informatie, accessoires en beeldvergelijkingen zijn te vinden op de indexpagina •» macrofotografie.
Mass Storage Device
- Apparaten met een geheugen (camera, kaartlezer, USB stick of externe harde schijf) gedragen zich als een Mass Storage Device. Dit is een gestandardiseerd formaat voor opslagmedia dat via USB aangesloten wordt. Windows ziet het geheugen als een externe harde schijf dat op dezelfde manier gebruikt kan worden als de interne harde schijf.
Mechanische afstand (mirror clearance, registration distance)
- Bij reflexsystemen met verwisselbare lenzen is dit de minimale afstand tussen de achterkant van de optiek en de sensor. Er is een minimale afstand noodzakelijk voor de plaatsing van het spiegelsysteem. De mechanische afstand is niet hetzelfde als de flensafstand: de EF en EF-S mount van Canon hebben allebei eenzelfde flensafstand van 44mm. De binnenste lenselementen van de EF-S-mount dringen echter in de body: een dergelijke lens kan niet gebruikt worden op een body met full size sensor (EF mount): de grotere spiegel zit namelijk in de weg.
Meniscus
- Oppervlakte tussen twee lagen met verschillende optische eigenschappen (bijvoorbeeld water en lucht, glas en lucht). De eerste lenzen bestonden uit een geperforeerde plaat met een druppel water of olie. Door de bolle vorm onstond er een lenswerking (rudimentaire loupe). Achteraf is men de enkelvoudige optieken die in de eerste boxcamera's gebruikt werden meniscuslenzen gaan noemen. De eerste glazen meniscuslenzen hadden een bolle kant (aan objectiefzijde) en een holle kant om de vervormingen eigen aan enkelvoudige lenzen te beperken.
Meelicht
- Beter bekend als het tegengestelde van tegenlicht. Bij meelicht valt het licht frontaal op het onderwerp. In sommige gevallen kan dit voor zeer "platte" beelden zorgen (verlies van reliëf en struktuur). Bij sterk zonlicht is meelicht vervelend voor het model. Zie ook strijklicht.
Meetrekken
- Bij het fotograferen van bewegende onderwerpen, het onderwerp met het fototoestel volgen terwijl er afgedrukt wordt zodat het scherp afgetekend wordt met een wazige achtergrond door bewegingsonscherpte. Goede sportfoto's maken vraagt heelwat ervaring. Een te hoge sluitertijd en het onderwerp lijkt "bevroren", waardoor de sfeer van het ogenblik totaal verloren is (geen indruk van snelheid meer), een te trage sluitertijd en alles vertoont bewegingsonscherpte. Bij het meetrekken moet de beeldstabilisator uitgeschakeld worden, want die probeert juist het beeld stil te houden, waardoor de achtergrond scherp zal zijn, en het onderwerp flou door de beweging. Soms kan je een mooi gevoel van snelheid creeren door een trage sluitertijd te gebruiken (achtergrond vertoont bewegingsonscherpte) èn te flitsen (onderwerp op voorplan is scherp afgetekend).
Meetzoekercamera (rangefinder)
- Voorloper van de single lens reflex. Deze toestellen gebruiken een optische zoeker voor het bepalen van de beeldcompositie. Daarvoor wordt een eenvoudig lenzensysteem gebruikt. De afstandsmeting gebeurt door de parallaxfout te corrigeren: deze toestellen zijn uitgerust met een tweede kleinere zoeker die eveneens een deel van het beeld in de zoeker projecteert. Het toestel voert geen autofocus: het systeem is zuiver een hulp bij het manueel scherpstellen. Meer informatie is te vinden op de pagina over de •» geschiedenis van de autofocus.
Meniscus
- Oorspronkelijk van het grieks betekende het "halve maan" en bij uitgreiding "lensvormig". De huidige strikte betekenis is een overgang tussen twee stoffen met verschillend lichtbrekingsindex (anders is de overgang niet zichtbaar). Het vloeistofniveau in een kwikthermometer is een meniscus (overgang van lucht naar kwik). Een druppeltje water op een doorboorde plaat is het schoolvoorbeeld van een meniscus. De gebogen wateroppervlakte werkt als een lens: een •» meniscus lens.
Meta-data (EXIF)
- In het JPEG formaat is er ruimte voorzien voor de parameters van de foto (•» meta-data). De gebruikte sluitertijd, opening, gevoeligheid, brandpuntsafstand worden allemaal opgeslagen en kunnen achteraf geraadpleegd worden. Opgelet, sommige beeldverwerkingsprogramma's kunnen niet overweg met de metadata. Als je de foto na bewerking opnieuw opslaat zijn de metadata misschien verloren!
Metamerisme
- Er is sprake van metamerisme als twee lichtbronnen dezelfde kleur lijken te hebben, al is het spectrum van het uitgestraalde licht verschillend. Het licht van een gloeilamp of van de zon vertoont een continu spectrum; dit kan men aantonen door het licht te breken met een prisma. TL lampen geven ook wit licht maar hebben een gebrekkig spectrum: bepaalde tinten zijn niet aanwezig, en toch lijkt het uitgestraalde licht wit. Witte leds hebben een blauwe lichtgevende diode en een deel van het licht wordt omgezet in geel licht door een fluorescerende coating. Hoewel het spectrum zeer gebrekkig is (•» voorbeeld) ziet het licht er wit uit.
Het probleem met wit licht dat niet continu is stelt zich bij specifieke toepassingen waarbij een goede kleurweergave nodig is (drukkerij, fotostudio, enz). Belicht met witte leds is de huidtint te donker omdat dergelijke lichtbronnen te weinig orange uitstralen. Onderwerpen die door TL licht belicht worden zien er vaak groenachtig uit, juist omdat TL lampen te veel groen uitstralen. Meer info: •» metamerisme.
Micro Four Thirds
- Nieuw systeem gebaseerd op de Four Thirds, maar waarbij de bodies geen spiegel meer hebben. De bodies zijn dus geen reflextoestellen meer, maar gedragen zich als compact-toestellen: geen optische zoeker meer, geen supersnelle autofocus. Meer informatie over dit systeem kan u vinden op de pagina over •» Olympus, één van de promotoren van dit formaat. Het Micro Four Thirds is een SLD systeem (Single lens Direct).
Microlens
- De volledige oppervlakte van een sensor is niet lichtgevoelig. Iedere pixel heeft stuurelectronika nodig. Een microlens concentreert het licht op de fotodiode (het gevoelig element van ieder pixel). Een microlens is maar een noodoplossing: het was beter geweest de volledige pixel lichtgevoelig te maken, maar technisch gezien is dit niet mogelijk. Met het stijgen van het aantal pixels neemt de oppervlakte van iedere pixel af. Omdat de stuurelectronica niet onbeperkt verkleind kan worden, moet vooral de fotodiode het ontgelden. Zonder microlens zou de sensor onbruikbaar zijn wegen niet gevoelig genoeg.
Middenformaat
- Filmformaat op rol met een hoogte van 6 cm. Het opgenomen beeld kan verschillende afmetingen hebben naargelang de lens en de constructie van het fototoestel: 4.5×6, 6×6, 9×6. Middenformaat film is nog altijd leverbaar (type 620). De foto's werden vroeger gemaakt door contactafdruk, niet door een vergroter. Een minder gebruikte middenformaat heeft een hoogte van 7 cm (gebaseerd op de 70mm bioscoopfilm). Meer info over •» midden formaten.
Midtones, middentonen
- Delen van een afbeelding die gemiddeld belicht zijn. Zie ook hooglichten en schaduwen (highlights & shadows).
Miniatuurafbeelding
- Verkleinde afbeelding opgeslagen samen met de originele afbeelding. Dit maakt het mogelijk snel een voorvertoning te geven van een foto op het lcd panel van het fototoestel, maar ook het operating system gebruikt deze gegevens om miniaturen te maken in het bestandsbeheer. Je zal vaak de engelstalige benaming tegenkomen thumbnail.
Mired
- Correctiewaarde van een •» kleurfilter. Een skylight filter heeft bijvoorbeeld een mired-waarde van -30 (verlaging van de kleurtemperatuur om de blauwzweem te onderdrukken). Mired staat voor micro reciprocal degrees kelvin.
- Monochrone kleuren
- Zie onbonte kleuren. De engelse benaming is grayscale
Monopod
- Statief met één poot. Het is de bedoeling dat de twee andere poten gevormd worden door je benen. Met een beetje ervaring bekom je een even stabiele opstelling als met een driepikkel. Het grote voordeel van de monopod is dat hij veel lichter is, en je benen moet je toch noodgedwongen meesleuren.
Moiré
- Fout die ontstaat door de regelmatige patronen in het onderwerp (presentator met een streepjeshemd, rooster van een luidspreker, grille van een automobiel) die interfereren met de regelmatige vorm van de pixels. Men kan het fenomeen verminderen door een anti-aliasing filter (of blurfilter) te gebruiken. Deze filter die juist voor de sensor geplaatst wordt maakt het beeld heel beperkt onscherp, waardoor het effekt bijna verdwijnt. De regelmatige vorm van de pixels veroorzaakt ook aliasing.
Modelbook
- Andere benaming voor portfolio.
Modeleerlamp
- Speciale verlichtingsapparatuur uitgerust met een normale lamp (voor het bepalen van de uitlichting, de schaduwen) en een flitser die afgaat als de foto genomen wordt. Op deze lampen kunnen specifieke accessoires geplaatst worden; softbox, honinggraatfilter, snoot.
Modelscout
- Zie modelscout (modellensite).
MUA, Make Up Artist
- Zie MUA (modellensite).
|