Woordenlijst

Woordenlijst fotografie


Randbelichting
Zie belichting, rand

Range finder
Dit is de vroegere benaming van compact-toestellen (toestellen die geen reflex waren). Eigenlijk is het de engelse benaming van de optische zoeker, en bij assimilatie van het volledig toestel. De optische zoeker is een miniatuur Galilei-telescoop. De eerste digitale compact-toestellen waren ook uitgerust met een range finder. Pas met de komst van lenzen met een hoge zoomfaktor is men een LCD schermpje gaan gebruiken in het oculair omdat het niet mogelijk was een optische zoeker te bouwen die eenzelfde zoomfaktor had als de hoofdlens. De huidige compact toestellen hebben geen zoeker meer, maar een groot LCD scherm dat gemakkelijker te gebruiken is en meer funkties biedt. Soms hebben ze ook een zoeker met LCD scherm (dat ook te gebruiken is bij veel licht).

De range finder is specifiek uitgerust met een meetzoeker (zie meetzoekercamera), een instelling om de afstand tot het onderwerp te schatten, maar de naam "rangefinder" wordt verkeerdelijk gebruikt voor alle camera's uitgerust met een aparte zoeker.

Raster
De meeste printers (behalve sublimatieprinters) kunnen geen overgangen produceren (van donker naar helder). Om een continu overgang te bekomen moet men werken met discrete blokjes (je zou het kunnen vergelijken met binaire getallen die ofwel nul ofwel één kunnen zijn).
  • Bij inkjetprinters projecteert de printer kleine inkdruppels op het papier, en die druppels kunnen niet onbeperkt kleiner gemaakt worden. Hier werkt men dus met een "raster" dat evengroot is als een inktdruppel. Men bekomt een gradatie door min of meer druppels op het papier te projecteren. Om overvloeien te vermijden wordt de printkop meerdere keren over dezelfde plaats bewogen, en iedere keer wordt er slechts een fraktie van de totale inkthoeveelheid gespoten (vooral merkbaar bij fotoafdruk).
  • Bij phaser printers wordt er gewerkt met vaste inkt dat vloeibaar gemaakt wordt en dan op een cylinder geprojecteerd wordt (waar het weer vast wordt) om dan in het papier geperst te worden (zelfde situatie als 1). Phaser printers worden vaak in prepress-toepassingen gebruikt (omdat de afdruk op offsetprint lijkt), maar met de voordelen van een inktjetprinter (fotorealisme) en van een laser (snelheid). Voor kleine printaantallen is een phaser niet geschikt; een dergelijke printer moet dagelijks kunnen werken.
  • Bij laser printers is het technisch niet mogelijk mooie overgangen te bekomen en gebruikt men rasters die kleiner of groter gemaakt worden. Door de inktpuntjes groter te maken wordt het beeld donkerder op die plaats. Men is beperkt in de afmeting van het raster, dat niet onbeperkt klein gemaakt kan worden (kleinere raster: meer details en betere overgangen)
  • In drukkerijen (offsetprint en andere) bevat de drukcylinder kleine reliefvormen die inkt bevatten. De inkt wordt dan overgedragen op het papier tijdens de drukfase.

RAW-modus
De foto wordt op de kaart opgeslagen zoals die door de sensor afgeleverd wordt. Normaal wordt het beeld verwerkt, gecomprimeerd en in JPEG opgeslagen. Het voordeel van het RAW formaat is dat er geen informatie verloren gaat en dat men kan beschikken over alle beeldinformatie. Meer informatie over het •» RAW formaat. Ieder RAW-formaat is verschillend en hangt af van de gebruikte sensor. Er bestaat niet een uniek programma dat alle RAW-formaten aankan, maar je zal het programma van de fabrikant moeten gebruiken. Het programma is soms als plugin voor Photoshop leverbaar, zodat je in Photoshop zelf met de originele data kan werken.

Er bestaat een volwaardig alternatief op het merkgebonden RAW formaat, namelijk het DNG formaat (Digital NeGative). Dit formaat biedt ondersteuning aan alle types sensoren (zelfs de meest vreemde vogels), maar fabrikanten doen aan "vendor lock in" om de gebruikers te verplichten hun eigen software te gebruiken om de foto's te ontwikkelen, in de hoop dat later, als een nieuw fototoestel nodig wordt, ze opnieuw voor eenzelfde merk zullen kiezen omdat ze de software van de concurrentie (of de open source software) niet kennen.

Rayleigh verstrooiing
Door dit effekt ontstaat de blauwe hemel en de rode ondergaande zon. Zonlicht dat door de luchtlagen gaat ondergaat een soort filtering, waardoor de blauwe straling verstrooid wordt en de rode doorgelaten wordt. Als de zon laag staat is de afgelegde weg door de atmosfeer het tienvoudige van de middagzon. Al het blauwe component is dan opgebruikt en er blijven enkel rode stralen over. De blauwe straling gaat echter niet verloren, maar vormt de blauwe hemel. Ook vanuit de hemel is dit effekt zichtbaar: enkel planeten met een atmosfeer vertonen dit effekt. De Rayleigh verstrooiing gebeurt door micropartikels met een diameter kleiner dan de golflengte van het licht. Wolken bevatten waterdruppels met een groter diameter, waardoor alle lichtstralen gedisperdeerd worden: daarom zijn wolken wit.

Reciprociteit
Bij het regelen van de belichting moet de opening kleiner worden bij het verhogen van de sluiterijd en omgekeerd zodat het gevoelig element altijd evenveel licht ontvangt. Bij lange sluitertijden (meer dan een paar seconden) is de wet van de reciprociteit niet meer geldig bij filmmateriaal (reciprocity failure). De oorzaak is het Schwarzschild effect: om invloed te hebben moet een zilver halide kristal simultaan getroffen worden door 4 fotonen (lichtpartikels) of meer. Bij weinig licht is deze kans kleiner en is de film dus minder gevoelig bij lange sluitertijden.

Overigens hebben ook digitale sensoren last van lange sluitertijden omdat de verliezen in de sensor zich opstapelen (dark current noise). Daarom wordt er na het nemen van een foto met lange sluitertijd een tweede foto genomen met gesloten diaphragma en worden de twee foto's van elkaar afgetrokken (de tweede foto bevat hoofdzakelijk dark current noise)

Rectilineair
Lens dat geen geometrische vervormingen veroorzaakt. Het beeld van het onderwerp heeft dezelfde vorm op de sensor en rechte lijnen blijven recht. Een lens dat niet rechtilineair werkt vertoont kussen- of tenvervorming. Klassieke optieken zijn meestal rectilineair. Telephoto (een speciale voorzetlens om een telelens korter te kunnen maken), retrofocus (om breedhoek te kunnen fotograferen) en zoomlenzen (bereik van meer dan 3×) zijn minder rectilineair. Rectilineair wordt vaak gebruikt om aan te geven dat een breedhoeklens geen fisheye is. Een fisheye lens geeft een uitgesproken geometrische vervorming, alsof het beeld weergekaastst wordt door een bol.

Recycle-tijd
Tijd dat een flitser nodig heeft om opnieuw paraat te zijn. Om de flitsbuis aan te sturen wordt er een hoogspanning opgebouwd in een flitselko. Kleine flitsers hebben soms meer dan 30 seconden nodig om de ingebouwde condensator op te laden. Een professionele flitser zoals de •» Canon 580 EX heeft een recyle-tijd van een paar seconden. De oplaadtijd wordt ook bepaald door de gebruikte batterijen: vers geladen NiMH-batterijen kunnen een hoger vermogen leveren dan alkaline batterijen. Bij het flitsen op laag vermogen wordt de flits onderbroken vooraller alle energie in de flitselko opgebruikt is: de flitser is dan sneller klaar voor een volgende foto.

Een zware studio flitser (vermogen: 500 joule) met een recycle-time van 1 seconde trekt ongeveer 1000 watt tijdens het opladen van de flitselko's.

Reflektor of reflektiescherm
Scherm dat gebruikt wordt om een deel van het licht naar het model te sturen, bijvoorbeeld als het model in de schaduw staat. Het licht is ofwel natuurlijk, ofwel afkomstig van een flitser. De oppervlakte van het scherm kan een verschillende struktuur hebben en daardoor verschillende effekten geven: glanzend om een sterk effekt te bekomen, mat om een subtiel effekt te krijgen. De glanzende oppervlakte kan zilverkleurig of goudkleurig zijn (natuurlijk of om de huidstinten beter te laten uitkomen), de matte oppervlakte is meestal wit. Op online sites kan je combi-reflektieschermen bekomen: een frame waarop je de verschillende doeken kan monteren. Met een reflektiescherm bekom je heel professionele foto's. •» Gebruik van een reflektor en •» gebruik van een flitser en reflektor.

Refraktie of lichtbreking.
De hele optica is gebaseerd op het fenomeen van de breking. Refractie ontstaat op de overgang tussen twee stoffen met een andere optische dichtheid (bijvoorbeeld lucht en glas of lucht en water). Zonder breking zouden er geen lenzen bestaan, en zonder lenzen zou fotografie bijna niet mogelijk zijn.

Repoussoir.
Techniek in de beeldende kunst waarbij een object op het voorplan geplaatst wordt zodat er een duidelijke dieptewerking ontstaat. Het object op het voorplan is vaak donker (om een effekt van tegenlicht te suggereren).

Retrofocus
Speciale voorzetlens (ingebouwd in de optiek) zodat men een breedhoeklens kan bekomen met een klassieke lensconstructie. Meer uitleg over •» retrofocus en telephoto.

Reversal film
Zie omkeerfilm

Richtgetal
Zie flitser, richtgetal

Ringflits
Zie flitser, ringflitser

RGB
Het lichtspectrum is continu: het loopt vloeiend over van blauw, paars, rood, orange, geel,... Het is echter onbegonnen werk al deze kleuren op te slaan. Daarom gebruikt men in fototoestellen pixels die gevoelig zijn voor het rood, het groen en het blauw (de drie primaire kleuren), info over •» kleursensoren is hier te vinden. De gevoeligheid van de toegepaste kleurfilters loopt in elkaar over zodat er geen "gaten" in het kleurspectrum zitten. Het RGB kleurmodel is gebaseerd op het additief kleurmodel.

Er worden echter verschillende RGB kleurmodellen gebruikt. De verschillen zitten in de omzetting van de helderheid van de kleurkanalen naar digitale niveaus. S-RGB (System) is de meest voorkomende. Na deze digitalisering wordt de data gecomprimeerd naar het JPEG formaat (of ongecomprimeerd opgeslagen in het TIFF formaat). Een fototoestel levert standaard een foto af in S-RGB, Internet Explorer toont de foto's in S-RGB, printerdrivers verwachten een foto in S-RGB.

De beste fototoestellen kunnen echter meer opnemen dan hetgeen het klassieke RGB model kan verwerken. Deze fototoestellen werken bijvoorbeeld met 14 bits (15000 helderheidsverschillen per kleur) terwijl er in het JPEG formaat slechts 8 bits beschikbaar zijn (256 helderheidsniveaus per kleur). Een oplossing is te werken in RAW, maar dit formaat is toestel-specifiek, en uiteindelijk moet er voor een compatibele formaat gekozen worden. Het A-RGB (Adobe) gebruikt een andere omzettingstabel, zodat men in staat is felle kleuren weer te geven, zonder te veel verlies aan detail (daar waar het klassieke RGB een ongedefinieerde kleurvlek getoond zou hebben).

Het A-RGB is echter niet volledig compatibel met het oude S-RGB. Als een foto in A-RGB weergegeven wordt op een computer dat niet kan werken met A-RGB, dan zien de kleuren er veel te flets uit en is er te weinig contrast. Typische gevallen zijn:

  • Het fototoestel is ingesteld in A-RGB, maar de programma's op de beelden weer te geven (Photo Viewer) kunnen niet overweg met A-RGB.
    Als je niet over computerprogramma's beschikt om specifiek in de A-RGB kleurruimte te werken, dan moet je je fototoestel instellen om beelden in S-RGB af te leveren.
  • De volledige workflow is in A-RGB (of van RAW naar A-RGB) maar bij publicatie op het interenet kan Internet Explorer niet overweg met A-RGB.
    Vòòr publicatie moet je de foto copieren van A-RGB naar S-RGB ("publish for internet" in Photoshop).

Rode ogen
Rode ogen ontstaan omdat het licht van de flitser weerkaatst worden in de ogen. Omdat de retina (de gevoelige achterkant van de ogen) rood is, ziet men een rode cirkel. Rode ogen ontstaan bij weinig licht, omdat de pupillen volledig open zijn. Met een voorflits probeert men de pupillen te doen sluiten, juist voordat de foto genomen wordt. Bij een externe flitser (dat op een afstand van de lens geplaatst is) heeft men minder last van rode ogen.

RTFM
Uitdrukking die bijvoorbeeld in fora wordt geuit als de vragensteller een vraag stelt waarvan het antwoord op de eerste bladzijden van de handleiding staat. Read That Fucking Manual.

Rug (digitale rug)
Bij medium-formaat is het sensorgedeelte los vervangbaar ten opzichte van de body. Een compleet fototoestel bestaat dan uit drie componenten: de digitale rug, de body en de optiek. De rug werd al gebruikt met film, waarbij het mogelijk was snel van film te wisselen (andere emulsie). Ruggen die met Polaroid-film werkten waren ook beschikbaar. Tegenwoordig is de meest bekende maker van digitale ruggen Phase One. De sensorgrootte is kleiner dan die van medium-formaat film (4.5×6). De rug bestaat uit een sensorgedeelte (gericht naar de lens) en een LCD scherm met bediening.

Ruis
Storing veroorzaakt door verschillende faktoren (fabricage en natuurkundige parameters (corpusculair karakter van •» licht)). Ruis is altijd aanwezig in een beeld; bij voldoende belichting is de ruis niet zichtbaar. Enkel bij weinig licht wordt de ruis zichtbaar. Meer informatie over •» ruis.