|
Saturatie (verzadiging)
- Kleurverzadiging van een foto. Gesatureerde zijn "volle" kleuren, zoals rood, orange, blauw, groen. Roze is een weinig gesatureerde kleur en bij grijs zijn alle kleuren verdwenen. Desatureren is de kleurverzadiging verminderen.
Scene
- Voorgekauwde modus van een fototoestel, waarbij je aan het fototoestel vertelt welk soort foto je wilt nemen en het toestel zichzelf zal instellen om een zo perfekt mogelijke foto te nemen. Ik ben zelf fotograaf met ervaring, en toch ben ik een groot voorstander van deze scene-modus voor de occasionele gebruiker. De scene-modussen zijn de instellingen naast "automatisch", "program", "manueel".
Volgende modussen zal je in de praktijk tegenkomen op je fototoestel:
- Portret: er wordt een zo groot mogelijke opening gebruikt om een onscherpe achtergrond te bekomen. De andere parameters van het fototoestel worden aangepast om het beeld correct te belichten.
- Sport: er wordt een hogere sluiterijd gebruikt zodat er minder bewegingsonscherpte kan optreden. De opening wordt aangepast zodat het onderwerp correct belicht wordt. Als er bij maximale opening toch te weinig licht op de sensor valt, wordt de gevoeligheid (versterking) van de sensor opgevoerd.
- Twilight (schemering) De bedoeling is hier sfeerbeelden te bekomen: de flitser wordt daarom uitgeschakeld. Het beeld mag een beetje onderbelicht zijn. Iedere fabrikant heeft hier zijn eigen recept: sommige fabrikanten zullen een langere sluiterijd gebruiken om het onderwerp toch correct te belichten, anderen zullen de gevoeligheid opvoeren.
Scheimpflug (principe van )
- Een lens geeft slechts een scherp beeld op een bepaalde afstand van de lens. Als je een hoog gebouw fotografeert, is het moeilijk zowel de voet als de top van het gebouw scherp te krijgen. Door te werken met een reflex met een speciale lens waarbij de lens gekanteld kan worden ten opzichte van de sensor (body) is het mogelijk het volledig gebouw scherp te krijgen. Bij het •» principe van Scheimpflug wijzen het verlengde van de sensor, de lens en het onderwerp naar éénzelfde punt. Met dergelijke Tilt-and-Shift lenzen kan de perspectief ook gecorrigeerd worden (onthoeking).
Scherptediepte
- Bij het scherpstellen is het beeld maar scherp op één vlak. Omdat een absoluut scherp beeld niet bestaat is het beeld zichtbaar scherp over een gebied (de optische onscherpte is veel kleiner dan de algemene onscherpte). De algemene onscherpte (en dus de scherptediepte) wordt door talrijke faktoren bepaald: de beperkte resolutie van de sensor, van onze ogen, van het LCD scherm, van de printer. Heb je al gemerkt dat een foto dat scherp leek op het kleine LCD schermpje eigenlijk onscherp is als je de foto op de computer bekijkt? Dit is een gevolg van de beperkte resolutie van het LCD schermpje. De scherptediepte is eigenlijk een waarnemingsfout. Zou men het beeld perfekt kunnen vastleggen en weergeven dan zou er geen sprake zijn van scherptediepte.
De scherptediepte is afhankelijk van talrijke faktoren (die op elkaar inwerken: kleine toestellen zijn meestal goedkoper)
- de resolutie van het uitvoermedium (LCD schempje in ons voorbeeld): de foto lijkt scherp, terwijl het in feite onscherp is
- de resolutie van de camera, de optiek, enz: hoe hoger de resolutie, hoe sneller een foto onscherpe trekjes zal vertonen, en dus een kleinere scherptediepte vertonen. Goedkope toestellen hebben doorgaans een grote scherptediepte omdat de optische scherpte als het ware verdrinkt in de algemene (on)scherpte.
- de lensopening: bij een kleinere lensopening heb je een groetere scherptediepte (uitleg •» scherptediepte)
- het formaat van de sensor. Een grote sensor geeft een kleinere scherptediepte (optisch fenomeen). Bij superkleine sensoren is het daarom niet mogelijk een aanvaardbare achtergrond-onscherpte te bekomen dat nodig is bij portretfotografie.
Bij scherpte en onscherpte heeft men het vaak over het verstrooingscirkel (COF oftewel Circle Of Confusion).
Scout
- Zie modelscout (modellensite).
Screendump
- Afbeelding van hetgeen er op het scherm op dit ogenblik zichtbaar is. Bij de meeste computersystemen kan er een afbeelding gemaakt worden met de toets Prt Sc. Naargelang het operating system kunnen er meer stappen nodig zijn. De gemaakte afbeelding heeft dezelfde afmetingen als de schermresolutie en bevat dezelfde elementen. Met een sccreendump kan je een copie maken van een internet afbeelding dat anders niet gecopieerd kan worden.
SCSI Small Computer System Interface
- Aansluiting dat vroeger gebruikt werd voor de verbinding van een scanner met een computer. Een SCSI was sneller dan het toenmalige alternatief, de serieële of parallele poort maar betekende dat je een extra kaart in je computer moest pluggen. SCSI wordt tegenwoordig niet meer gebruikt voor scanners: de USB interface is sneller en gemakkelijker te gebruiken. Als je een scanner met een SCSI-aansluiting ziet, dan weet je dat je te maken hebt met oude rommel.
Secondary Image Registration (SIR)
- Bij een spiegelreflex gebeuren de metingen (autofocus en belichting) niet door de hoofdsensor (beeldsensor) maar door een reeks aparte sensoren die speciaal op die taak berekend zijn. Daardoor is een spiegelreflex heelwat sneller dan een compact fototoestel: de beeldsensor kan namelijk maar een paar beelden per seconde afleveren, en dit maakt dat het scherpstellen trager gebeurt met een compact. Bij een reflex gebeurt de witbalans bij het omzetten van het beeld naar JPEG.
Sedcard of modelfiche
- Zie sedcard (modellensite).
Selective color
- Procédé waarbij de kleur van het achtergrond verminderd wordt om alle aandacht naar het onderwerp te trekken. Een paar voorbeelden van •» selective color zijn hier te vinden.
Sensor
- De sensor is het gevoelig element in de digitale camera. Bij sensoren worden er twee technologieën gebruikt: CCD en CMOS. Een van de belangrijkste parameters van een sensor in zijn afmeting. Hoe kleiner de sensor, hoe slechter de beeldkwaliteit (ruisafstand). De afmetingen van een sensor gaan van de bekende 24×36mm zoals bij klassieke filmreflextoestellen tot sensoren met een doorsnede van 4mm. Bij deze superkleine sensoren spelen talrijke faktoren mee die de kwaliteit nadelig beinvloeden: kleinere pixels zodat ieder pixel minder licht ontvangt (quantumruis), meer pixels dicht bij elkaar (thermische ruis), de optiek moet een extreem hoog oplossend vermogen hebben, diffraktie van de lichtstralen bij kleinere openingen, enz. Maar kleine sensoren zijn goedkoper te maken.
Sensorafmetingen (sensormaten)
- Sensoren voor consumer-fototoestellen worden vervardigd in relatief gestandardiseerde maten. Vaak wordt er gerefereerd naar een inchmaat, bijvoorbeeld 2/3". De diagonaal van de sensor (gevoelig deel) is echter kleiner: deze maat refereert namelijk naar de ronde opnamebuizen bij televisie (anno 1970). Bij een buis van 2/3" diameter is de bruikbare zone ongeveer 35% kleiner.
De sensorafmeting bepaalt ook de cropfaktor of schijnbare vermenigvuldigingsfaktor van de gebruikte lenzen. Bij een Canon 50D (corpfaktor 1.6) is het zichtveld van een 50mm lens vergelijkbaar met die van een 80mm lens op een normale kleinbeeld fototoestel.
De referentie voor de cropfactor is het kleinbeeld formaat (film) van 24 × 36mm. Digitale fototoestellen met een dergelijke sensor worden "full size" genoemd. Een lijst met de meest courante sensormaten is hier te vinden.
Separatie (kleurscheiding)
- Overgang van een normale foto in RGB-modus of een zwart-wit foto naar de kleurenwereld van de drukker (CMYK of cyan, magenta, geel en zwart). Het drukken gebeurt altijd met het subtractieve kleurmodel. Bij de kleurscheiding van kleurenbeelden gaat er informatie verloren want het CMYK-kleurmodel is niet in staat alle tinten weer te geven.
Bij het omzetten van een zwart-wit foto wordt soms een beetje geel gebruikt om de foto aangenamer te maken (duo-tone).
- Separation
- Zie haarlicht (lichtbron dat gebruikt wordt om het onderwerp te scheiden van de achtergrond). Een andere, eveneens engelstalige benaming dat je vaak zal tegenkomen is kicker.
Sepia
- Oorspronkelijk (begin vorige eeuw) was sepia een fotografisch procede om fotoafdrukken stabieler te maken door het metallisch zilver te vervangen door het stabiele zilver sulfide, dat een gele kleur heeft. Men in het procede (sepia toning) gaan verwarren met de bekomen kleuring, en dit is ook begrijpelijk want de naam "sepia" verwijst naar een soort inktvis, waarvan de inkt gebruikt werd voor het kleuren van afbeeldingen. Van oude foto's zijn vaak enkel de sepia gekleurde exemplaren bewaard gebleven: kleuren met andere zouten maakt de afdruk niet stabieler in de tijd (en vaak zelfs minder stabiel).
De benaming sepia wordt verkeerdelijk gebruikt als men het duo-tone procédé bedoelt. Meer info bij •» zwart-wit fotografie.
|