Woordenlijst

Woordenlijst fotografie


Uitlichting
Het belichten van een onderwerp bij fotografie: natuurlijk licht, reflektie, flitser, modelleerlamp (eventueel met accessoires zoals een softbox of honinggraat). Het correct uitlichten van een onderwerp (wat er buiten het fototoestel gebeurt) is uiterst belangrijk om goede foto's te bekomen. In de fotografie wordt het woord belichting enkel gebruikt als maat voor de hoeveelheid licht dat op de sensor valt (wat er binnen het fototoestel gebeurt). Bij de bespreking van studiofototografie worden er voorbeelden van de •» plaatsing van de studiolichten gegeven.

Unsharp mask
Handeling om foto's scherper te laten uitzien (om de acutance van de foto te verhogen). Een andere nederlandse benaming is "lokaal contrast verhogen". Deze techniek baseert zich op een procédé uit de klassieke fotografie. Er wordt een contact-copie gemaakt van een transparant groot formaat negatief op hoog contrast papier. Beide emulsies liggen tegen elkaar. Bovenop het negatief wordt er echter een positief beeld gelegd (ook transparant), nu echter met de emulsie naar de lichtbron gericht.

Zou men enkel de negatieve film gebruiken, dan zou het contrast veel te hoog zijn geweest (we gebruiken hoog contrast papier als gevoelige laag). Het contrast wordt echter gereduceerd door het positief beeld. Het positief beeld is echter onscherp omdat er twee filmstroken zitten tussen het positief beeld en de gevoelige laag. Het gevolg is dat het lokaal contrast verhoogd wordt. Dit verklaart ook de benaming van deze handeling: “unsharp mask” (onscherp masker): de extra laag die gebruikt wordt heeft een onscherp effekt. Een grafische voorstelling van het procédé •» unsharp mask is hier te vinden.

Men kan het effekt veranderen door de vorm van de lichtbron te wijzigen, door een extra transparant tussen origineel negatief en positief te plaatsen, en dergelijke. De fotografische unsharp mask werd vooral toegepast op zwart-wit negatieven (kleuren-emulsies hebben meerdere gevoelige lagen, waardoor je kleurfranjes kan bekomen).

USB
Standaard-interface voor het uitwisselen van data tussen computer en randapparatuur. Een USB-verbinding heeft altijd een host en een device.
  • De host is de master: dit is meestal een computer die opdrachten naar een printer stuurt, maar het kan ook een Pictbridge-compatibele printer zijn die de foto's van een camera inleest.
  • De device is de slave: dit kan een kaartlezer zijn (of de camera die als kaartlezer werkt), maar ook een printer is een slave als het printopdrachten van de computer ontvangt.
Een USB-verbinding is een point-to-point-verbinding tussen twee apparaten. Er moet altijd een master en een slave zijn (te zien aan de vorm van de USB connector); een USB-verbinding kan niet gebruikt worden om een netwerk aan te leggen tussen twee computers. Maar bepaalde toestellen (printers) kunnen zowel werken als slave (printopdrachten ontvangen van de computer) en als master (foto's inlezen van de camera) werken: deze toestellen moeten dan 2 USB aansluitingen hebben, want wie slave of master is wordt bepaald door de vorm van de USB connector (USB-A of USB-B)

UV-filter
Als accessoire bij een fototoestel wordt vaak een •» UV-filter aangeraden. Een UV-filter is in het algemeen zinloos, op zeeniveau zit er bijna geen UV-straling in het licht, de minieme hoeveelheid wordt door het glas van de lenzen tegen gehouden. Een infra-rood filter is soms meer aangewezen.